|
(9) Lezing gehouden op 13 mei 2011 over "De wijze en dwaze bouwer" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Wij lezen uit Mattheüs 7. Met voldoening stellen we vast dat we met de genade van God bijna aan het einde gekomen zijn van deze serie over de Bergrede. Het heeft mij veel vreugde gebracht en ik hoop u ook. En vanavond dan dat laatste gedeelte uit Mattheüs 7 vanaf vers 15 tot het einde van het hoofdstuk. Ik lees weer uit de Telosvertaling en u mag meelezen in welke vertaling u maar wilt of ook gewoon luisteren. Mattheüs 7: 15: "Past u op voor de valse profeten die tot u komen in schapenvachten maar vanbinnen zijn ze roofzuchtige wolven. Aan hun vruchten zult u hen kennen. Men plukt toch geen druiven van dorens of vijgen van distels? Zo brengt elke goede boom mooie vruchten voort maar de bedorven boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een bedorven boom geen mooie vruchten voortbrengen. Elke boom die geen mooie vrucht voortbrengt wordt omgehakt en in het vuur geworpen. U zult hen dus aan hun vruchten kennen. Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan maar hij die de wil doet van Mijn Vader die in de hemelen is. Velen zullen in die dag tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet door Uw naam geprofeteerd en door Uw naam demonen uitgedreven en door Uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik openlijk tot hen zeggen: 'Ik heb u nooit gekend. Gaat weg van Mij, werkers van de wetteloosheid.' Ieder dan die deze Mijn woorden hoort en ze doet zal vergeleken worden met een wijs man die zijn huis op de rots heeft gebouwd. En de slagregen viel en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en beukten tegen dat huis en het viel niet want het was op de rots gegrondvest. En ieder die deze Mijn woorden hoort en ze niet doet zal vergeleken worden met een dwaas man die zijn huis op het zand heeft gebouwd. En de slagregen viel en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis en het viel en zijn val was groot. En het gebeurde toen Jezus deze woorden had geëindigd dat de menigten versteld stonden over zijn leer want Hij leerde hen als iemand die gezag heeft en niet als een Schriftgeleerde."
Ik hoef vanavond niet een directe aansluiting te zoeken bij het voorgaande omdat we in Mattheüs 7 een aantal onderwijzingen vinden die niet direct bij elkaar aansluiten. Althans vanaf vers 15 hebben we iets dat we zeer goed op zichzelf kunnen bezien. En de eerste waarschuwing die wij hier vinden is: 'Past u op voor de valse profeten'. En dat brengt ons onmiddellijk bij de vraag: Wat is een valse profeet? Waaraan kun je die herkennen? Dat is nog niet zo eenvoudig want een typisch voorbeeld van een valse profeet in het Oude Testament is Bileam. Maar de enige profetieën die wij van hem kennen zijn ware profetieën waaruit we kunnen opmaken dat een valse profeet soms ware dingen zegt. Als de Geest van God hem overweldigt en hij niet anders kan. En een ware profeet kan ook wel eens verkeerde dingen zeggen. Niet opzettelijk maar hij is ook maar een mens en hij kan ook wel eens menen dat hij door de Geest van God spreekt terwijl dat toch niet het geval is. Mozes is de grootste profeet geweest die Israël ooit heeft voortgebracht, naar hun eigen oordeel, en toch, toen hij op de rots sloeg – u weet wel, de tweede keer dat dat gebeurde – toen was dat niet het profetisch Woord des Heeren dat uit zijn mond kwam maar zijn eigen woorden uit zijn zondige vlees. Dus het is nog niet zo makkelijk. Was het maar zo zwart-wit dat je valse en ware profeten zomaar kon onderscheiden. U moet thuis maar eens Deuteronomium 13 en 18 naast elkaar leggen; daar vindt u een paar heel belangrijke aanwijzingen in het boek van Mozes over wat valse en ware profeten zijn.
Hij zegt in de eerste plaats: een valse profeet is iemand die woorden voorzegt die niet uitkomen. Ik zei net al, dat kan ook wel eens een keer als werk van het vlees zijn terwijl toch de persoon in kwestie een echte profeet is, maar op zichzelf is dat ernstig. Bij Mozes was dat ook ernstig want daardoor kon hij het Beloofde Land niet binnenkomen. Dus we moeten daar niet gering over denken. Ik bedoelde dat niet als verontschuldiging. Maar Mozes zelf zegt in Deuteronomium: als iemand valse dingen voorzegt, dus dingen voorzegt met veel aplomb die niet uit blijken te komen dan is hij een valse profeet. Meneer Harold Camping heeft in de jaren negentig voorzegd dat de Heer zou komen en dat is niet gebeurd. Nou, dat is een valse profeet en nu heeft hij opnieuw gezegd dat de wereld zal vergaan op 21 mei, dat is morgen over een week. Er schijnen zelfs al plakkaten op onze stations te hangen om ons allemaal te waarschuwen want hij heeft uitgerekend dat het precies 7000 jaar geleden is dat de zondvloed begon en via een ingewikkelde redenering heeft hij voorzegd dat daarmee de genadetijd voorbij is. Als dat weer niet uitkomt, en dat zou maar zo kunnen gebeuren want ik vind zijn redenering helemaal nergens opslaan, dan betekent dat dat hij een valse profeet is. We geven hem geen derde kans. We leven in een vrij land en een ieder mag zeggen wat hij wil maar we zullen het openlijk uitspreken. Dat zijn beroeps valse profeten want hij is al vaker in de fout gegaan. Maar in Deuteronomium lezen we nog iets en dat is, stel je nou eens voor dat hij iets zegt dat wel uitkomt. Je zou er vandaag aan toe kunnen voegen, stel je voor dat hij wonderen en tekenen verrichtte. We horen dat direct ook van mensen die demonen uitdrijven en vele krachten doen in de naam van Jezus, maar hun boodschap deugt niet. Als hun boodschap erop neerkomt dat mensen van God worden afgetrokken en daardoor in het kielzog van de demonen, van de afgodendienst terechtkomen, wat die profeet voor mooie dingen ook zegt, het doet er niet toe wat voor wonderen hij ook verricht, het doet er niet toe, hij is een valse profeet. En het betekende toen: hij moest gestenigd worden. Vandaag zou dat betekenen: hij moet onder tucht gesteld worden. Dus een valse profeet is iemand die óf verkeerde dingen zegt óf als hij op zichzelf positieve dingen zegt maar zijn feitelijke bedoeling blijkt te zijn om mensen achter de afgoden aan te trekken dan is het een valse profeet.
Je hoort meermalen op het christelijke erf van mensen door wiens bediening grote wonderen gebeuren en het eerste wat ik vraag is: hoe is hun prediking? Want als die prediking goed is dan kijk je heel anders tegen die wonderen aan dan wanneer die prediking slecht is, onbijbels is. En het tweede wat ik vraag is: wat is het effect van die wonderen? Laten we bijvoorbeeld zeggen: wondergenezingen op de mensen die die genezingen ontvangen. Worden ze daardoor dichter bij de Heer gebracht of wordt hun geestelijk leven alleen maar in de war gebracht? Jonathan Edwards, de grote opwekkingsprediker in de achttiende eeuw had vijf van dat soort kenmerken waarvan ik er nou twee belangrijkste genoemd heb. Een derde zou ook zijn: wat is de levensstijl van de betrokken prediker maar dat is vaak natuurlijk niet zo makkelijk vast te stellen. Met andere woorden: wondertekenen op zichzelf zeggen niets. De duivel kan ook grote wondertekenen doen. 2 Thessalonicenzen 2 daar wordt gesproken over de antichrist die zal optreden met grote krachten, tekenen en wonderen. Krachten, tekenen en wonderen moeten altijd in hun context gezien worden. 't Is dus niet zo als iemand krachten, tekenen en wonderen verricht dat hij daarom verdacht is, natuurlijk niet. De Here Jezus deed dat ook. Maar luister naar hun boodschap. Luister naar hun intentie. Kijk naar wat er met de mensen gebeurt die onder hun prediking komen. Worden ze dichter bij God gebracht of juist van God afgevoerd?
Past u dus op voor de valse profeten. Daar is rede voor om dat te zeggen want hun woorden klinken zo mooi. In Jeremia 28 heeft de profeet met een hele stoet van dat soort valse profeten te maken die allemaal dingen zeggen die de koning graag hoort. En dat is een groot gevaar voor elke prediker om alleen maar dingen te zeggen die de mensen graag horen. Er wordt voor dat soort predikers gewaarschuwd in 2 Timotheüs 4; het is een kenmerk van de eindtijd. En Jeremia zegt dingen die de koning helemaal niet graag hoort want hij zegt: die valse profeten zijn leugenaars. We worden helemaal niet verlost van die koning van Babel, in tegendeel. Als jullie je niet bekeren zal de stad worden verwoest en de tempel worden verwoest. Nou daarom dachten de mensen dat Jeremia een valse profeet was want hoe kon hij nou zulke dingen zeggen? En toch was het makkelijk te herkennen. Later bleek dat zijn woorden uitkwamen en die van die andere, die valse profeten niet. En bovendien zijn boodschap was erop gericht om het volk tot God terug te brengen en niet het volk valse oren aan te naaien. Past u op voor de valse profeten. Ze komen in schapenvachten; ze doen zich dus voor als schapen van de goede Herder. Aan de buitenkant zien ze er net zo uit als echte christenen. En de buitenkant dat zijn natuurlijk niet hun kleren maar dat is hun manier van optreden, dat is misschien zelfs wel hun prediking als je oppervlakkig luistert maar vanbinnen zijn het roofzuchtige wolven. Dat is een beeld dat veel voorkomt. De Here Jezus in Johannes 10 waarschuwt voor de wolven die de kudde proberen te verscheuren, op te eten. Paulus in zijn afscheidsrede tot de gelovigen, tot de oudsten van Efeze, spreekt ook over 'uit uw eigen midden zullen mannen opstaan als wolven die de kudde zullen vernietigen'. Een wolf is al erg genoeg maar als hij ook nog een schaapskleed aan heeft waardoor je hem niet onmiddellijk herkent, tenzij dat je beter oplet. Want je zou toch moeten denken, een wolf met een schaapskleed aan dat moet je toch makkelijk kunnen doorzien. Maar dat kan zeer verraderlijk zijn. Aan hun vruchten zult u hen kennen. En dat wordt nog eens gezegd in vers 20: aan hun vruchten zult u hen kennen. De Here Jezus gaat hier van een dierkundig beeld zomaar over op een plantkundig beeld. Van de schapen en de wolven naar de bomen. Of het een goede boom is of een slechte boom dat blijkt uit zijn vruchten. Dat kun je niet aan een mens zien. Je hebt wel eens mensen, christenen, die kijken naar de foto van een of andere prediker en zeggen: aan die foto kun je al zien dat die man niet deugd. Dat slaat nergens op, dat slaat nergens op. Ik heb diezelfde man ooit horen zeggen dat vooral aardige mensen moet je wantrouwen want die zijn het meest geschikt als dienaren van de duivel waardoor bij voorbaat alle aardige mensen al in het verdachtenhoekje zitten. Nee, de duivel kan van alle mogelijke mensen gebruikmaken die zich willig aan hem als werktuig aanbieden. Dus aan de boom zelf zie je het niet. Je moet wachten tot de vruchten komen. Je moet wachten wat iemand schrijft en wat iemand predikt en dan zul je het merken.
De Here Jezus stelt het hier zwart-wit. Eerst zegt Hij, je plukt geen druiven van dorens of vijgen van distels. Dat wil zeggen, je kunt niet een vrucht plukken van een hele andere boom waar die vruchten helemaal niet bijhoren. En vervolgens gaat het beeld over in goede bomen, gezonde bomen, die goede, gezonde vruchten voortbrengen en andere bomen die slechte vruchten voortbrengen. Dan gaat het dus niet om anders soortige vrucht maar vruchten, laag van kwaliteit. Zoals God dat zegt in Jesaja 5 waar Hij ook Zijn volk vergelijkt met een wijngaard die goede vruchten had moeten voortbrengen. Zoete druiven waar goede wijn van gemaakt kan worden. En in plaats daarvan waren het slechte vruchten, slecht van kwaliteit. Kleine, zure druiven waar geen behoorlijke wijn van te maken was. Zo is het beeld. Dus er worden hier verschillende beelden door elkaar gebruikt. Een goede, gezonde boom brengt gezonde vruchten voort. En een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een bedorven boom geen mooie vruchten voortbrengen. Dit is weer zwart-wit gesteld. Je moet zulke woorden niet altijd zwart-wit toepassen. Ik heb u straks al gezegd: iedereen kan wel eens in de fout gaan. Iedereen kan wel eens leringen brengen waar je het misschien helemaal niet mee eens bent en dan ben je geneigd om alles over één kam te scheren en iemand volledig af te schrijven. Alsof nu ineens alles niet meer deugt. Of bepaalde dingen heb je van iemand gelezen of gehoord en die spreken je bijzonder aan en je bent heel naïef daarin dat nu wel alles van die persoon goed zou zijn. Gezien dit principe: als er iets goeds uit de bron komt dan moet alles wat uit die bron komt goed zijn. Dat zou te zwart-wit zijn en die manier van lezen van dit gedeelte. We moeten ruimte laten voor het feit dat elke profeet, elke dienstknecht en dienstmaagd van de Heer ook maar een gebrekkig, zondig mens is. Je mag dus niet alles over één kam scheren.
Het is heel vaak opgemerkt dat alle grote mannen Gods in het Oude Testament wier geschiedenis wat uitvoeriger verteld wordt, allemaal hun fouten gemaakt hebben. Daar is geen uitzondering op behalve misschien Jozef. Die maakte geen echte fouten maar die had toch wel een paar zwakheden zoals toen zijn vader zijn eigen handen kruiste en op de hoofden van zijn zonen legde en Jozef daartegen protesteerde. Dat was geen zonde, dat was zwakheid. Maar voor de rest, van alle grote mannen Gods in het Oude Testament horen we van grote nalatigheden. En wie is nou op grond van die nalatigheden, of het nou een Elia is ... nou Elisa is misschien ook wel een goede uitzondering. Maar Elia of Abraham of Mozes, wie zou willen zeggen: kijk, daar komt iets verkeerds uit die personen dus was alles wat uit die personen kwam verkeerd. Nee, zo bedoelt de Here Jezus dat niet. Waar het om gaat is dat je niet kan zeggen: ach, maar dat is zo'n aardige man en hij is altijd zo met ons begaan en hij is vriendelijk en toeschietelijk. Hij is veel aardiger dan mijn eigen dominee. Dan kan ik mij dat aardigheidsargument voorstellen dat dat wel erg gevaarlijk is. Want het gaat er niet om dat hij aardig is, het gaat erom wat hij verkondigt. En je moet dus in dat opzicht luisteren naar de geruchten. Je moet letten op wat er uit iemand komt. Aan de vruchten ken je de boom. Als iemand een hele goede pastor is maar hij brengt vrijzinnige preken en dat kan voorkomen dan is het een slechte boom. Als iemand hele goede preken levert, orthodoxe preken, die de mensen echt dienen en opbouwen maar hij blijkt een slechte zielenherder te zijn, dat is heel wat anders. Dat is een groot verschil. Ik zeg vaak tegen kerkmensen: als jullie moeten kiezen moet je een leraar nemen en geen herder. Want dat herderlijk werk kan door mensen genoeg in de gemeente worden opgepakt, door andere oudsten/ouderlingen en door mensen in de gemeente die echt pastorale gaven hebben. Maar ze mogen niet allemaal op de preekstoel dus zorg in elk geval dat je daar iemand hebt staan die het Woord kan brengen. Je krijgt nooit allebei. Maar iemand kan een goede prediker zijn van het zuivere Woord van God, voor zover het mensen gegeven is, en tekortschieten in die andere dingen, die ook zo graag zou willen. Maar tekortschieten is niet hetzelfde als fundamenteel niet deugen. Dat is een groot verschil. Abraham, Mozes, Elia waren grote mannen Gods. We zullen ze in de eeuwigheid bij de Here God terugvinden, weer tegenkomen. Maar ze hebben allemaal hun grote tekortkomingen gehad. Dus schrijf iemand niet af. Als ik het zo een beetje mag zeggen, een beetje psychologisch want theologisch is het een beetje aanvechtbaar, maar we mogen allemaal fouten maken. Geef iemand ook de ruimte om fouten te maken en soms ook grote fouten te maken. Daar mag je natuurlijk van tevoren geen toestemming voor geven maar als het toch gebeurt, gun hem die ruimte om de fout gemaakte te hebben en ook weer natuurlijk tot herstel te komen. Schrijf iemand niet volledig af.
Maar hier gaat het niet over mensen die gebrekkige dienstknechten zijn en wel eens fouten maken. Hier gaat het over mensen die principieel niet deugen. Die, om het keihard te zeggen, die in dienst staan van de vijand. Die in dienst staan van de boze. Dat zijn de wolven in schaapskleren. En verkijk u niet op de aardigheid of onaardigheid, hè. Iemand heeft eens gezegd: soms heb je ook schapen in wolfskleren en dat doet dan een beetje onaangenaam aan, want je schrikt van zo iemand natuurlijk maar het is maar een kleedje, daaronder zit een schaap. Maar goed, daar heeft de Here Jezus het hier niet over. In vers 20, 21, 22, 23 gaat het over een heel concreet voorbeeld daarvan. De dienstknechten van de Heer kunnen zelf zich ook daarin vergissen. Soms zijn ze werkelijk opzettelijk bezig om het volk van God te ondermijnen. Maar dat weet je niet altijd. En je moet aannemen, hoewel we niet in de harten kunnen kijken, dat er ook zijn die dat helemaal niet van plan zijn terwijl ze het toch doen. Dat maakt wat ze doen niet minder ernstig, alleen ze zijn zelf ook misleid. En dat zijn in feite de mensen die uiteindelijk tot Hem zeggen: Heer, Heer. Dat is een uitdrukking eigenlijk van aanhankelijkheid. Ze spreken alsof ze bij Hem horen en ook al kunnen we niet in de harten kijken, laten we aannemen dat ze het ernstig menen. Maar dat is geen excuus. Je moet ze beoordelen niet naar hun goede bedoelingen, je moet ze beoordelen naar hun daden. Ik zeg niet dat goede bedoelingen niet belangrijk zijn maar iemand kan met goede bedoelingen boosaardige leringen in de kerk binnenbrengen, in de gemeente van God binnenbrengen. Denk erom, deze verzen, uiteindelijk de uitleg daarvan wordt bepaald door die laatste paar woorden. In vers 23 waar de Here Jezus zegt: Ik heb u nooit gekend. Gaat weg van Mij, werkers van de wetteloosheid, werkers van de ongerechtigheid maar letterlijk staat hier wetteloosheid. Dat is eigenlijk niet alleen maar overtreding van de wet maar dat is anarchie, dat is tegen de wet ingaan. Tegen überhaupt het principe van de wet niet accepteren. Je eigen zin doen, autonoom zijn, onafhankelijk van God, je eigen ding doen. Je bent principieel een tegenstander van God en daarbij hoeven we eigenlijk niet eens meer te beoordelen of iemand nou goed en trouw is of hij het nou echt meent of niet. We kunnen toch niet in de harten kijken. Wij beoordelen mensen niet naar hun goede bedoelingen. Daar mogen we ook geen oordeel over hebben. Dat hebben we in het begin van hoofdstuk 7 gezien: oordeelt niet. Spreek geen oordeel uit over wat er in iemands hart leeft maar kijk wat eruit komt. Maar het verwarrende is natuurlijk dat dit wel mensen zijn van wie we lezen dat ze door Uw naam, zeggen ze, hebben wij niet door Uw naam geprofeteerd?- in vers 22. Hebben wij dan niet door Uw naam demonen uitgedreven en door Uw naam vele krachten gedaan? Je vraagt je in eerste instantie af: kan dat dan? En het antwoord luidt: ja, dat kan. Dat je iets doet door de naam van de Here Jezus wil nog niet zeggen dat het ook werkelijk in Zijn naam gebeurd is. Je kunt iemands naam aanroepen maar het wil niet zeggen dat ook werkelijk de persoon en het gezag van die persoon achter jouw daden staan. Treffend voorbeeld hebt u in Handelingen 19 waar de zonen van Skeva denken: nou wat Paulus kan dat kunnen wij ook en ze gaan op een bezeten man af en met zijn zevenen zeggen ze tegen hem: wij zeggen in de naam van die Jezus die Paulus predikt: ga uit van deze mens. En die demon zegt: wie zijn jullie? En de man in wie die demon huist die geeft ze alle zeven een pakslaag zodat ze met gescheurde kleren het huis uit rennen. Je kunt wel komen in de naam van Jezus maar dat wil niet zeggen dat je werkelijk met Zijn autoriteit komt. Ja maar, het gaat hier over meer: door Uw naam geprofeteerd. Ja maar, wat heb je geprofeteerd en wat heeft het uitgewerkt onder Gods volk? Ja maar, door Uw naam demonen uitgedreven, kan dat dan? We hebben minstens twee voorbeelden in het Nieuwe Testament, eigenlijk drie want ik heb net al het voorbeeld uit Handelingen 19 genoemd, dat dat inderdaad kan. Er is bijna geen wonder wat je zou kunnen bedenken dat ook niet door antichristelijke machten zou kunnen worden gedaan. Het ene voorbeeld is Judas. Hier in ditzelfde evangelie, in hoofdstuk 10, worden alle twaalf apostelen, inclusief Judas eropuit gestuurd om zieken te genezen en demonen uit te drijven. En er wordt later niet verteld dat dat bij Judas niet lukte en bij de anderen elf wel. Er wordt verteld dat ze alle twaalf enthousiast terugkwamen over de dingen die ze op dit terrein hadden beleefd. En twee hoofdstukken verder, in Mattheüs 12, als de Here Jezus ervan beschuldigd wordt dat hij door Beëlzebul de demonen heeft uitgedreven, dan zegt hij: als Ik dat door Beëlzebul doe, door wie drijven jullie zonen ze dan uit? Dus blijkbaar was het zo dat de zonen van deze geestelijke leiders van Israël ook demonen uitdreven. De Here Jezus betwijfelt niet dat ze werkelijk demonen uitdreven, hij vraagt alleen: in welke naam hebben zij dat gedaan? Nou, en wat krachten betreft, ik heb straks al genoemd 2 Thessalonicenzen 2 waar we van de mens der zonde, de wetteloze dat is de Antichrist horen dat zijn optreden gepaard gaat met krachten, tekenen en wonderen. Profeteren op zich zegt niks. Demonen uitdrijven zegt niks. Wonderen, tekenen en krachten zegt niets. Luister naar iemands boodschap! En kijk naar iemands leven en kijk naar het effect van wat hij doet, op het volk van God. Drie kenmerken, dat zijn er drie van die vijf van Jonathan Edwards. Die andere twee vind ik minder relevant. Deze drie moet u goed onthouden. En met welk werk u ook in aanraking komt – er zijn ook mensen die dienstknechten van de Heer zijn en nooit demonen uitdrijven en wonderen en tekenen en krachten doen – maar als dat wel gebeurt, niet meteen wantrouwig zijn maar deze drie vragen stellen. Luister naar hun boodschap – dat is in de meeste gevallen het makkelijkst. Spreek met mensen die onder hun bediening zijn gekomen en kijk wat dat geestelijk met hen gedaan heeft en probeer een indruk te krijgen van de leefwijze van de betrokken persoon.
Waar ik wel grote moeite mee heb is, en dat heb ik meermalen persoonlijk meegemaakt, althans van nabij laat ik het zo zeggen, dat deze verzen soms misbruikt worden om wankelmoedige zielen te kwellen. Ik zal mij inhouden maar ik kan daar heel erg boos over worden. Als in bepaalde kringen mensen tot echte geloofsovertuiging komen, de blijdschap van het geloof ontvangen hebben en jubelend over hun geloofszekerheid tot anderen spreken, dan heb je een goede kans dat ze Mattheüs 7: 21-23 naar hun hoofd krijgen. Kijk uit, want er zijn er zovelen die gezegd hebben 'Here, Here' en die uiteindelijk toch verloren gingen. Dat is om twee redenen, minstens twee redenen zeer verwerpelijk. In de eerste plaats is het totaal niet van toepassing want het gaat hier om mensen die werkers van de wetteloosheid zijn. En je mag niet zomaar iemand ervan verdenken een werker van de wetteloosheid te zijn. Je mag dat zelfs niet van elke goddeloze zeggen zomaar. Dat zijn zondaren maar dit is een heel krachtige uitdrukking. Dan moet je ook kunnen aanwijzen wat voor wetteloosheden zulke mensen dan ook gedaan hebben. Wat voor opstandigheid, wat voor rebellie tegen God. Dus dat is al een theologisch bezwaar maar bovendien wij moeten elkaar en mensen in het algemeen serieus nemen. Je begint niet met twijfel. Daar kom je pas mee als er aanleiding is uit het verdere leven van iemand om met twijfel te komen over zijn staat voor God. Maar als iemand begint te getuigen van geloofszekerheid is het wreed en onbijbels om hem op deze wijze tegemoet te treden. Stel je voor aan al die gevallen in de Handelingen waar mensen tot geloof kwamen dat ze dit soort woorden naar hun hoofd kregen. Ik zal u vertellen, de christelijke kerk had zich niet erg sterk uitgebreid. Er is niets zo ontmoedigend als een klein kasplantje dat net zijn kopje boven de grond heeft uitgestoken om daar je hak op te zetten en het te vertrappen. Zo wordt Gods volk niet uitgebreid. 't Is vroeg genoeg, en niet als iemand weer in de zonde valt want dat gebeurt ons allemaal, maar als iemand een werker van de wetteloosheid blijkt te zijn om hem dan aan te spreken. Wij beginnen met iemand serieus te nemen en deze woorden mogen daarvoor niet misbruikt worden. Maar er is nog iets anders wat heel belangrijk is. Zulke mensen gaan het Koninkrijk der hemelen niet binnen maar wie dan wel? Hij die de wil doet van Mijn Vader die in de hemel is.
Eigenlijk gaat dit boekje wat ik straks noemde, 'Meer dan redding alleen' ook daarover. Wij hebben het evangelie vaak zo versmald dat als ik zou vragen aan u: 'wat voor mensen mogen het Koninkrijk Gods binnengaan? Dan zeggen we: zij die geloven in de Here Jezus. Die moeten geloven dat Hij voor hun zonden gestorven is, dat ze door Hem behouden zijn. Dat is op zichzelf wel waar maar het is maar één aspect van een veel grotere waarheid. Laat ik u kort vier voorbeelden noemen uit het Mattheüsevangelie omdat te illustreren. En één daarvan hebben we al gevonden in de Bergrede in hoofdstuk 5:20 "Ik zeg u, als uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de Schriftgeleerden en de Farizeeën, u het Koninkrijk der hemelen geenszins zult binnengaan. Wat wordt hier genoemd als voorwaarde voor het binnengaan in het Koninkrijk der hemelen? Een gerechtigheid die overvloediger is dan die van de Farizeeën want die hadden een godsdienstige gerechtigheid, een eigen gerechtigheid. En dat moet je niet meteen hier paulinisch zitten invullen met de Romeinenbrief. Dan ga je twee categorieën door elkaar halen. Laat het nou maar eens even gewoon zo staan. Als jullie niet rechtvaardiger zijn op een andere manier, op een werkelijke manier die van binnenuit, uit je hart komt, dan die huichelachtige uitwendige gerechtigheid van de Farizeeën dan gaan jullie het Koninkrijk Gods niet binnen. En het tweede hier is in Mattheüs 7 en dat is al net zo frappant. Wat voor mensen gaan het Koninkrijk Gods binnen? Zij die de wil van Mijn Vader die in de hemelen is, doen. En wij, vanuit die smalle visie, komen dan meteen met: ja, dat kunnen we toch van nature helemaal niet? Ja, dat is helemaal niet aan de orde. Natuurlijk kunnen we dat van nature helemaal niet. Maar daar hebben we weer een heleboel andere Schriftplaatsen voor om dat duidelijk te maken wat we daarvoor nodig hebben. Daarvoor hebben we nodig: een wedergeboren hart en de kracht en de leiding van de Heilige Geest. Maar als je dat er altijd inbrengt dan heb je precies die kleine smalle basis. En dan leren we ook nooit om de dingen op deze manier te zeggen. Want dan kweek je juist mensen die dat soort getuigenis geven. Dat ze zeggen dat ze leven vanuit de vergeving van de zonden terwijl ze helemaal niet de wil van de Vader doen. En dat spettert er ook vanaf. Dat is zo gemakkelijk bij hen vast te stellen. Ze doen nog steeds hun eigen wil. Een werkelijk mens die thuis is in het Koninkrijk Gods, een echte discipel van de Here Jezus wordt daardoor gekenmerkt dat het zijn vreugde is om de wil van de Vader te doen. En daar faalt hij weleens in en dat is dan jammer maar dan mag hij weer overnieuw beginnen. Maar dit is wel de grondteneur van zijn leven geworden. Het gaat er niet alleen maar om dat je weet dat je zonden vergeven zijn. Het gaat erom dat we kunnen zien en dat mogen we van elkaar verwachten dat je een nieuw mens bent geworden die vreugde eraan heeft om de wil van de Vader te doen. En niet meer je eigen wil te doen.
Ga nog even met me mee in hoofdstuk 18:3 daar neemt de Here Jezus een klein kind. Hij neemt dat tussen hun in en Hij zegt: als jullie niet worden als één van deze kinderen, kunnen jullie het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Daar gaat het niet over bekering en geloof. Die woorden komen er helemaal niet aan de orde. Vanuit een smal evangelie worden die woorden er altijd op geprojecteerd. Waar het om gaat is te worden zo eenvoudig en ongekunsteld, zo onaanmatigend als het kind. Want het is voor wijzen en verstandigen verborgen en het is aan kinderen geopenbaard. En ten vierde, we lezen in hoofdstuk 19 dat het heel moeilijk is voor een rijke om het Koninkrijk Gods binnen te gaan. Dan gaat het om allerlei materiële verhinderingen die er kunnen zijn om deel te krijgen aan het Koninkrijk Gods. Nog eerder zal een kameel gaan door het oog van de naald. Eigenlijk betekent dat heel simpel, dat je weer net zo moet worden als die kleine kinderen. Zo klein dat je als kameel geschrompeld bent tot iets wat door het oog van de naald kan. Maar dat zijn dingen die horen in een veel ruimer evangelie dan alleen maar dat wat spreekt over belijdenis van je zonden en vergeving van je zonden. Dit gaat veel meer over een totale levenshouding: worden als de kinderen. Een nieuwe levensinstelling, de wil van de Vader doen. Gerechtigheid die jouw leven kenmerkt en die van binnenuit komt en die niet als een huichelachtige jas is aangetrokken. Dat maakt het evangelie zoveel rijker, zoveel overvloediger. Nou, het zijn maar een paar voorbeelden. Je kunt nog wel meer voorbeelden vinden in het Nieuwe Testament van voorwaarden om het Koninkrijk Gods binnen te gaan.
We komen tot de epiloog. Het nawoord, de samenvatting.
We hebben in dit hoofdstuk en ook in de vorige al van heel wat soorten van mensen gehoord. We hebben gehoord van parels en zwijnen. We hebben gehoord van mensen die in feite niets anders dan zwijnen zijn. We hebben gehoord van mensen die niets anders dan huichelaars zijn. Maar ook mensen die ware discipelen van Jezus zijn. We hebben gehoord van mensen die door een nauwe poort naar binnen gaan en mensen die blijven wandelen op de brede weg et cetera. We hebben gehoord van valse en ware profeten. We hebben gehoord van mensen die 'Here, Here' zeggen maar daar zit niks achter. En mensen die 'Here, Here' zeggen vanuit een persoonlijke intieme verbondenheid met Christus. Uiteindelijk zijn er maar twee soorten mensen. Pas op, zeg nou niet weer gauw: bekeerd en onbekeerd want dat is weer paulinisch, een stempel drukken. Nee, laat mij het zo mogen zeggen: rechtvaardigen en goddelozen. Ik merk in mezelf dat ik meer de neiging heb om in plaats van gelovigen en ongelovigen te spreken en al helemaal niet over bekeerden en onbekeerden, te spreken over rechtvaardigen en goddelozen. Eigenlijk veel meer oudtestamentischer. 'Welzalig de man die niet wandelt in de raad der goddelozen', dat is de rechtvaardige en die wordt daardoor gekenmerkt dat hij er vreugde aan heeft om de wet des Heeren te overdenken en die te overpeinzen bij dag en bij nacht. Daar wordt een mens geschilderd. Wij kunnen ons heel sterk focussen op iets wat in je leven gebeurd is wat op zichzelf heel belangrijk is. Die ene bekering en daar praat en blijf je ook je hele leven over praten. Je praat over een gebeurtenis die ooit in je leven heeft plaatsgevonden of niet en dan ben je heel verdrietig dat dat nooit heeft plaatsgevonden. Alsof het allemaal draait om die ene gebeurtenis die toen plaatsvond alsof Paulus het over niks anders had dan alleen over die gebeurtenis. En als je nou een Timotheüs bent die zo'n gebeurtenis helemaal niet heeft meegemaakt, die zo geleidelijk gegroeid is in de dingen van God. Dan heb je wel pech. Maar in de Bijbel hoor je niet dat soort nadruk op die ene gebeurtenis. Daar gaat het veel meer om de vraag niet: wat is er ooit met jou gebeurd? Maar wat voor mens ben je? En als jij een rechtvaardige bent, dan weten we dat er iets met jou gebeurd is. Of het nou zo dramatisch was als op de weg naar Damascus of heel geleidelijk zoals bij Timotheüs, dat maakt helemaal niet uit. In sommige kringen, dat kan reformatorisch en dat kan evangelisch zijn, daar tel je helemaal niet mee als je niet een spannend verhaal kan vertellen. Als je niet kan vertellen op welke dag het was en hoe laat het was. Nou, dan konden een heleboel gelovigen in het Nieuwe en het Oude Testament ook niet hoor. Waar het om gaat is niet wat er ooit gebeurd is, dat stellen wij wel vast aan de vruchten.
Aan de vruchten ken je de boom. Wij accepteren iemand niet omdat hij een mooi verhaal kan vertellen over wat ooit met hem gebeurd is. Want wie kan dat verhaal checken? Ik herinner me iemand uit de eigen kring, moet even denken, het was in Dordrecht, ik weet het. Het is heel lang geleden dus ik kan het wel noemen. Die werd dus meegenomen naar zo'n gezelschap. U weet wel, dat heb je in sommige kringen gehad. Ik weet niet of het nog veel bestaat maar goed, daar zou dus iemand zijn bekeringsverhaal vertellen en die vertelde dan hoe hij in vreselijke aanvechtingen kwam en ten slotte zo over zijn zonden inzat dat hij de neiging had om zelfmoord te plegen. En hij was naar de zolder gegaan en had een stoel al beklommen, de strop om de nek en toen hoorde hij een stem uit de hemel en die zei: doe je zelf geen kwaad want u bent een kind van God. Nou, dat was natuurlijk een fantastisch verhaal en men vroeg aan deze broeder, die ik helaas niet gekend heb, maar ik heb wel degene gekend die hem gekend hebben. Ze vroegen aan hem: wat vindt u nou van dat verhaal want de mensen vonden dat geweldig. Ze waren allemaal een beetje jaloers dat ze niet zo'n mooi verhaal konden vertellen. En toen zei hij, hij was een beetje apart hoor, dat moet ik er wel bij vertellen. Hij zei, deze man komt volgens mij niet in de hemel. Waarom niet? Nou zei hij, hij is of een leugenaar of een moordenaar. Of hij heeft het hele verhaal grotendeels verzonnen dan is hij een leugenaar en de Schrift zegt: buiten zijn de leugenaars. Of hij heeft de hand aan zichzelf willen slaan en ik heb niet gehoord dat hij dat als zonde voor God beleden heeft. Nou de man die het verhaal verteld had die vloog bijna van woede op hem af maar zijn oude vader lag in de bedstee en ineens gingen de deurtjes open en hij zei: 'Klaas, raak die man niet an, hij heb gelijk'. Jouw mooie verhaal betekent niks. Mensen die bekeringsverhalen lezen, ga er vooral mee door want dan leer je in elk geval hoe het met jou niet zal gaan. Want God is een originele God en denk dus nooit: met mij is het zo niet gegaan. Nee, natuurlijk niet, zo gaat het ook met jou niet. Het gaat op de meest unieke manier en niet volgens sjablonen die je na kunt rekenen. Maar nogmaals, het gaat helemaal niet om het verhaal. Waar het om gaat: wat ben je nou voor een mens? Wat is dat voor een mens die twee uur over zichzelf aan het vertellen is? Dat is de vraag waar het om gaat. Ik las eens ooit bij een schrijver: ware nederigheid is niet dat je slecht van jezelf vertelt en ik zou erbij willen zeggen en dan ook nog een keer twee uur lang. Ware nederigheid is dat je helemaal niet over jezelf praat maar over Christus. Een rechtvaardige, dat is niet primair iemand die een spannend en lang bekeringsverhaal kan vertellen maar dat is iemand die uit Christus leeft en voor Christus leeft en door Christus leeft. Wiens leven erop gericht is om Christus groot te maken. Wat ben je, een rechtvaardige of een goddeloze? Een goddeloze dat kan ook een Farizeeër zijn. In Nederland, het wordt een stuk minder, moet je in zekere zin blij om zijn, heb je nog heel veel godsdienstige mensen. En luister, je kunt ze niet met de neus aanwijzen want we mogen niet oordelen over de binnenkant.
Maar het zijn wel de mensen die in de week net zo leven als iedere andere Nederlander, en 's zondags wel in de kerk zitten. Mensen met een gespleten bestaan. Een bestaan van de zondag en een bestaan van de maandag tot de zaterdag. Dat zijn de Farizeeën, er waren ook goede bij, maar dat waren de mensen die leefden in een uitwendig godsdienstige jas, en door mensen die daar niet doorheen keken geprezen werden. De Here Jezus prikte er zo doorheen en zei tegen zijn discipelen: denkt erom dat jullie niet op die mensen lijken. Ik heb het al eens vaker gezegd als je het heel kras wil zeggen, zou je moeten zeggen: denkt erom dat je nooit godsdienstig wordt. Bekeer je van je godsdienstigheid waarin het erom gaat wat de mensen van je vinden. Zolang je daar nog erg door bepaald wordt, je hebt er allemaal wel eens een beetje last van, maar zolang dat je nog erg beheerst wat de mensen er van zullen vinden hoe jij je gedraagt, lijk je meer op het soort rechtvaardige zoals de Farizeeën dan op het soort rechtvaardige waarvan de Here Jezus zegt: dat zijn mijn echte discipelen. Nu, aan het einde heb je die twee mensen tegenover elkaar en het merkwaardige is hier wordt helemaal niet over een levensstijl gesproken. Hier wordt niet gesproken over een bekeringsverhaal. Hier wordt niet gesproken over wat ze doen zelfs, wat ze zeggen. Hier wordt gesproken over wat ten diepste het fundament van het bestaan is. Ook dat hoort weer bij die afdeling waar ik het net over had van: zo zouden wij het nooit verteld hebben natuurlijk. Als wij een onderscheid willen maken tussen rechtvaardigen en goddelozen, zeggen wij: die eersten zijn bekeerd en die tweeden niet. De Here Jezus zegt je moet kijken naar wat de basis is van hun levenshuis. Wat ze vertellen over wat er vroeger allemaal gebeurd is, dat kunnen we toch niet nagaan. Maar kijk eens naar wat is de basis van hun leven? Waar leven ze uit? Waar staat hun levenshuis op? En dat is niet op hun eigen verhalen. Je kunt de vastigheid in jezelf vinden. Het geloof is een zeker weten en een vast vertrouwen zegt de Catechismus. Dat vast vertrouwen is nooit op je ervaringen, is nooit op je gevoelens, zoals zoveel mensen bij me komen en zeggen: ja, ik weet het niet zeker of ik eigenlijk wel behouden ben want ik voel niet het goede en ik doe niet het goede. En ze zoeken constant in hun eigen bestaan, terwijl: de ENIGE vastigheid de ENIGE zekerheid vind je in de beloften van God. BUITEN JEZELF. Jouw levenshuis vindt zijn anker niet in zichzelf, vindt zijn fundament niet in zichzelf maar op de ROTS of op het zand(zichzelf) Waar bouw je op, op de beloften van het woord of op je eigen emoties en ervaringen en belevingen, positief, negatief. Ben je een navelstaarder of ben je iemand die zijn woord overpeinst bij dag en bij nacht, en daarin al zijn zegen en vreugde vindt en leeft bij de beloften van dat woord en niet bij de wankelmoedigheid van je eigen hart. U weet wat de Rots is, in het oude testament, Deuteronomium 32 is daar een prachtig voorbeeld van, maar ook vele plaatsen in de Psalmen, God is de Rots. Die Rots is niet een ware leer, daar red je het niet mee voor de eeuwigheid, ik zeg niet dat het niet belangrijk is, maar dat is niet je fundament. Een kerk die het moet hebben van de ware leer die redt het niet. Dat is een van mijn problemen met de Nederlandse geloofsbelijdenis. De kenmerken van de zuivere kerk, de zuivere leer, de zuivere, de zuivere toepassing van de sacramenten en de zuivere handhaving van de tucht en dan kan je nog een hele kerk hebben van goddelozen. Ik zeg het dan een beetje zwart-wit, maar dat zijn uitwendige kenmerken. Het gaat niet om de zuiverheid van de leer. Het gaat erom dat jij je fundament vindt buiten jezelf en dat nog niet eens in een ware leer, zelfs niet in de Bijbel maar in een Persoon. Die Persoon kennen we alleen door de Bijbel, dus alstublieft begrijp me niet verkeerd, maar je fundament ligt in die PERSOON. HIJ is de ROTS. Zelfs de Bijbel is niet de Rots, maar we kennen die Persoon alleen maar UIT de Bijbel. Het zit hem niet in je kerkstructuur. Het zit hem niet in je belijdenisgeschriften. Het zit hem niet in de ware leer. Het zit hem niet in de goede predikanten. Het is allemaal mooi en het is allemaal prachtig maar het geeft geen vastigheid. En wat mensen over je uitspreken het geeft geen vastigheid. Je huis moet gebouwd zijn op de ROTS. Dan komen de stormen. Dat is in zekere zin goed, weet je dat?
Er wordt dus niet gezegd dat als je een wijze bent, dat je dat soort stormen bespaard blijven. Nee, die blijven je niet bespaard. Een wijze blijkt niet daaruit dat hij nooit meer stormen ondervindt, maar dat als er stormen komen zijn huis overeind blijft staan. Want hij heeft dat huis niet gebaseerd op zijn eigen wankelmoedigheid. De laatste tijd verschijnen, zelfs vandaag nog, via internet berichten zo gericht op wat mensen in hun leven meemaken en dat geeft hun dan vertrouwen in God. Of ook soms dingen die tegenvallen, waardoor ze hun vertrouwen in God verliezen. Het is zo'n wankelmoedigheid. Ze vertrouwen God als het goed met hen gaat en als er tegenslagen zijn dan weten ze niet of ze God nog wel kunnen vertrouwen. Ze weten dat ontzettend veel gelovigen het moeilijk hebben in deze wereld, maar nooit heeft dat gegeven hun vertrouwen geschokt, totdat het HEN overkwam, en hun huis stort in elkaar. Ik bedoel dat niet hard. Ik bedoel alleen maar dat hun fundament gebaseerd was op een Godsidee waarbij God er altijd is om te zorgen dat het jou goed gaat. Als het dus slecht met je gaat is jouw hele geloofsleven in de war. Twee voorbeelden, ik noem ze toch eventjes. Van een dominee, die op elf september gespaard gebleven was toen daar die twintowers naar beneden kwamen en daardoor was zijn geloof enorm versterkt. Maar waarom zou je geloof versterkt worden omdat jij bewaard bent gebleven? Wat dan van al die Christenen die er ook onder die drieduizend slachtoffers waren en niet gespaard zijn gebleven? Heb jij dan een streepje voor? Is jouw geloof daarvan afhankelijk? En wat ik vandaag las over een Katholieke moeder wier kind gestolen is een paar jaar geleden in Portugal, u kent het verhaal misschien wel. Die heeft een hele zware strijd gehad. Dat kan ik zo goed begrijpen want ik ben ook maar een mens. En tegelijkertijd zeg ik: als je vertrouwen gericht is op een God die er alleen maar voor zorgt dat het jou goed gaat, dan heb je jouw huis op zand gebouwd. Dan heb je jouw huis gebouwd op een God van jouw eigen maaksel. Nee, ik bedoel dat niet hard. Ik bedoel alleen maar waar is je vertrouwen op gebaseerd? Dat is het geweldige van het boek Job. Job twijfelt nooit aan zijn geloof, hij snapt helemaal niks van God en hij maakt Hem daar ook nog verwijten over. Ik denk dat God soms liever wil dat wij Hem verwijten maken dan die valse berusting en gelatenheid die je soms ook ziet. Als vanuit een soort van fatalistische levensopvatting. Nee, hij moppert op God maar hij klampt zich aan God vast, het komt niet in zijn hoofd op om aan God te twijfelen. Gisteren voor een radioprogramma vroeg de journalist ook: twijfelt u weleens? Dat is zo'n vraag. Ik twijfel heel vaak aan mijn eigen opvattingen, ja. Zie ik het nu echt wel goed, zou het nu toch nog niet anders zitten? Maar ik kan niet twijfelen aan de Rots. Ik heb niet veel verstand van bouwen maar als ik zou bouwen op een keiharde rots dan zou dat belachelijk zijn om te betwijfelen of dat fundament wel stevig genoeg is. Je kunt niet twijfelen aan God en een God die er alleen maar voor zorgt dat het jou in alle opzichten goed gaat wat is dat voor een Godsbeeld? Wat goed dat we het boek Job in de Bijbel hebben. Zoveel gelovigen, mensen die echt belijden gelovig te zijn, ik heb ook geen reden om eraan te twijfelen, hebben toch hun huis op zand gebouwd. Misschien is het een beetje te ver als ik dat zo zeg: op zand gebouwd. Hun levenshuis staat op de Rots, laat ik het dan zo zeggen. En hoe komt het dan toch dat ze zo verschrikkelijk vaak in de war zijn? Zo vaak zo geschokt zijn, als het hen niet goed gaat of hun kinderen of wat ook? Dit is het kenmerk van het geloofsvertrouwen: Here God ik begrijp soms niets van U, maar ik vertrouw U. Ik begrijp soms niets van U. Maar het kan moeilijk zijn. Mijn vrouw zei in het weekend, ze wist van een vriend die al heeeel lang lijdt aan een ziekte die hem al tientallen jaren in een rolstoel laat zitten. Hij kan zich bijna niet meer bewegen, en nu heeft hij ook nog darmkanker gekregen, er is anderhalve meter darm verwijderd. Mijn vrouw zei: Here God hoe kan dat nu, hoe kan dat nu? Die vragen herken ik. Die man is zijn geloof allang kwijt en zij probeert hem te helpen om dat geloof terug te vinden. Dan denkt ze verdraaid Here God ik probeer die man bij U terug te brengen en dan doet U zulke dingen. Dat is zo herkenbaar, maar het zal niet in haar hoofd opkomen om aan God te twijfelen. Maar je snapt soms absoluut niets van wat Hij doet. Dat klopt. Maar daarmee twijfel je nog niet aan God. Je twijfelt hoogstens aan het leven. Het huis staat op de rots. Maar er zit wel een hoop zand tussen als we bouwen op eigen ideeën en eigen theologieën en eigen voorstellingen en eigen ideeën over wat die God voor jou zou moeten doen en zou moeten betekenen. Alsof het een soort, vergeef mij de uitdrukking, ruilhandel is. Dat is Jacob in Genesis 28, maar die was toen een beginnertje. Hij zei Here God als U mij nu zegent en als U nu zorgt dat ik veilig in Padan-Aram kon en ik kom veilig weer terug, als U dat nu allemaal voor me doet,dan beloof ik dat ik U zal dienen. Pppfffff nou dat is nog een Jacob die ver van Bethel verwijderd is hoor! Er ligt een heel end tussen Genesis 28 en Genesis 35. Twintig jaar geestelijke ervaring en toen praatte hij anders. Dat is ruilhandel: God ik wil U wel dienen maar dan moet U natuurlijk wel altijd goed voor mij zorgen. Dat doet Hij wel maar niet altijd op jouw manier.
Wat is de basis, lieve mensen, van je leven? De stormen komen, maar als je huis op het zand gebouwd is dan stort je levenshuis in elkaar. Mijn ouders hadden goede vrienden, de man was nog geen vijftig toen een losgebroken paard zich op zijn auto stortte en hij was terplekke dood. Ze gingen samen trouw naar de samenkomst, ik zou ook niet zeggen dat ze haar totale geloof verloor, maar ze was zo boos op God dat ze nooit meer een kerk of samenkomst van binnen heeft gezien voor zover ik weet. Ze kon het niet verwerken. Wie zal haar veroordelen? Toch moet je de vraag stellen waar was je huis dan op gebaseerd? We moeten dat, die vraag stellen. Is God er alleen om te zorgen dat het ons altijd goed gaat? En dan is het afgelopen. Het gebeurde toen Jezus deze woorden had geëindigd. Je moet die uitdrukking maar eens nagaan. Mattheüs wil wel elke keer een parallel trekken tussen Jezus en Mozes. Jezus is de nieuwe Mozes. Hij staat op de berg en Hij breng Zijn nieuwe leringen. Daarom staat er ook aan het begin van deze perikoop: ieder dan die deze Mijn woorden hoort, en in vers 26 nog een keer. Het zijn de woorden van Jezus, niet Gods woord, Jezus' woord. Hij is de nieuwe Mozes. Natuurlijk komt de wet van God, maar het is de wet van Mozes. Dit is de wet van Christus! Hij spreekt met autoriteit. Hij spreekt als de nieuwe Mozes. Vijf keer vindt u zo'n toespraak en die eindigt elke keer met een dergelijk zinnetje: toen gebeurde het toen Jezus deze woorden had geëindigd. Alsof er met die vijf toespraken een zinspeling wordt gedaan op de vijf boeken van Mozes. En dan ten slotte: de mensen stonden versteld! Het boeiende is, ze waren niet zozeer versteld over de boeiende inhoud, dat zouden ze ook moeten zijn, maar ze waren versteld over Zijn persoon. Over de manier waarop Hij sprak. Hij leerde hen als iemand die gezag heeft. Hadden de Schriftgeleerden dan geen gezag? Jazeker! De Here Jezus zegt later in Mattheüs 23: alles wat ze jullie leren moeten jullie ook doen. Hij onderstreept hun gezag! Ze hadden het gezag zoals een leraar op school, die in de klas misschien helemaal geen gezag uitstraalt maar toch gezag heeft, want hij is de leraar. Hij kan je maken of breken. Hij kan de cijfers bepalen en alles. Hij heeft macht maar hij straalt geen gezag uit. Een andere leraar komt binnen en het is meteen muisstil zonder dat hij hoeft te dreigen of wat dan ook. Hij heeft een natuurlijk gezag over zich. Die Farizeeën hadden gezag maar hier sprak iemand met een heel ander soort gezag, een gezag dat zozeer ingebakken leek in Zijn persoon zelf. Zijn toespraak maakte indruk, niet alleen maar door de prachtige wijze, diepe woorden die Hij sprak, maar maakte indruk om wie Hij was. Dat is voor ons moeilijk mee te voelen, want wij lezen het in de Schrift, wij horen Hem zelf niet spreken maar geloven het graag, dat de mensen zo onder de indruk waren. Wij zijn onder de indruk van Zijn persoon omdat we Zijn hele verdere geschiedenis kennen. Wij mogen ook onder de indruk zijn van Zijn onderwijs. Dit is uiteindelijk de vraag waar het in leven en sterven, in dood en opstanding op aan komt: ben je een rechtvaardige of een goddeloze? Ben je een discipel van de Koning of ben je iemand die wel Heer, Heer roept maar infeite ben je een werker van de wetteloosheid? Wat dat betreft is het erg zwart-wit. Dit is onderwijs voor discipelen van Jezus. Mochten we allemaal zulke discipelen zijn. GOD zegene Zijn woord. |
|
(9b) Vragen bij de lezing gehouden op 13 mei 2011 over "De wijze en dwaze bouwer" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Heeft u zelf ervaring met profetie? Zo ja, kunt u daar iets meer over vertellen? Hoe weet u of dit vanuit God komt of vanuit uw eigen gedachten?
Ja, ik heb daar wel enige ervaring mee maar ik ben niet van het soort om over ervaringen uit te weiden. Ik vind het belangrijk om te zien wat de Schrift zegt over het functioneren van profetie. Ik heb daar, wanneer was dat, eergisteravond over gesproken in Limburg. Wat is dat mooi zeg, dat is zo iets anders dan Waddinxveen. Niet beter of slechter maar ... de helft waren Belgen, nee een derde Belgen en een derde Limburgers en een derde waren Brabanders. En meneer pastor komt ook altijd. Die heb ik hier in Waddinxveen ook nog niet gezien moet ik eerlijk zeggen. Altijd. En we hebben het daar heel erg fijn met elkaar en daar hadden we het van de week over de gaven van de Geest. Dus toen hebben we het ook over de profetie gehad. Maar ik probeer dan uit te leggen wat de Schrift daarover zegt en mijn ervaringen die doen niet zoveel ter zake.
|
|
Lees meer...
|
|
|
(8) Lezing gehouden op 15 april 2011 over "Over balken, parels, slangen en poorten" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Wij lezen het eerste gedeelte van Mattheüs 7; wij lezen vers 1 tot 14: "Oordeelt niet, opdat u niet wordt geoordeeld. Want met het oordeel waarmee u oordeelt, zult u worden geoordeeld en met de maat waarmee u meet, zal u worden gemeten. En wat ziet u de splinter in het oog van uw broeder maar de balk in uw eigen oog merkt u niet. Of hoe zult u tot uw broeder zeggen: laat mij de splinter uit uw oog wegdoen en zie de balk is in uw oog. Huichelaar, doe eerst de balk uit uw oog weg en dan zult u helder zien om de splinter uit het oog van uw broeder weg te doen. Geeft het heilige niet aan de honden en werpt uw parels niet voor de varkens opdat zij ze niet misschien met hun poten vertrappen en zich omkeren en u verscheuren. Bid en u zal gegeven worden. Zoekt en u zult vinden. Klopt en u zal worden opengedaan. Want ieder die bidt, ontvangt en die zoekt, vindt en die klopt, zal worden opgedaan. Of welk mens is er onder u aan wie zijn zoon om een brood zal vragen, zal hij hem soms een steen geven? Of ook om een vis vragen. Zal hij hem soms een slang geven? Als dan u die boos bent, goede gaven weet te geven aan uw kinderen hoeveel te meer zal uw Vader die in de hemelen is goede gaven geven aan hen die er Hem om bidden. Alles dan wat u wilt dat u de mensen doen, doet u hun ook zo want dat is de Wet en de Profeten. Gaat in door de nauwe poort want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daar door binnengaan. Hoe nauw is de poort en smal de weg die naar het leven leidt en weinigen zijn er die hem vinden." Tot zover lezen we uit het Woord van God.
|
|
Lees meer...
|
|
(8b) Vragen bij de lezing gehouden op 15 april 2011 over "Over balken, parels, slangen en poorten" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Daar gaan we, hoe verhoudt zich het woord weinigen in onze tekst tot de schare die niemand tellen kan, sleurt Satan uiteindelijk meer mensen mee in zijn val dan Christus doet delen in Zijn overwinning.
Ja, getallen zijn altijd relatief, of je iets veel of weinig noemt dat is zeer subjectief. Ik hoorde van iemand die zelf geen kinderen had die sprak met iemand en vroeg hoeveel kinderen heb je en toen zei ze acht. O, zei hij, dat is weinig. Hè, zij vond acht eigenlijk best een flink gezin. Toen zei hij, ja het staat in de Bijbel, in de ark waren weinigen, dat is acht zielen. Ja, uit de hele mensheid acht die gered werden, dat is heel weinig, maar acht kinderen is heel veel. Dus zo kan het zijn dat op de hele mensheid er maar weinigen zijn die de weg naar het leven vinden, terwijl dat alles bij elkaar toch een HELE, HELE grote schare is. Dat lijkt me niet zo moeilijk, getallen zijn altijd maar betrekkelijk. Wat je veel of wat je weinig noemt, hangt van je referentie kader af. Hoe groot zal de buit van Satan en hoe groot zal de buit van Christus zijn? Daar valt geen zinnig woord over te zeggen. Ik zal u twee meningen geven die ik in de loop der jaren heb gehoord. De ene is: ja de hel moet toch ook vol worden. Dat vind ik een malle uitspraak, het was een heel beroemde dominee, ik zal zijn naam niet noemen. De hel moet toch ook vol worden, ja, wat is dat nu. De hel is helemaal niet voor mensen bedoeld, sommigen komen er wel, maar de hel is voor de duivel en zijn engelen bereid. Nu als ik zie dat hij een derde deel van de sterren met zich meesleept, dan denk ik dat de duivel samen met zijn engelen de hel al aardig opvullen. Nee, daar heb je niets aan. De andere uitspraak is ook heel mooi van iemand die zegt : ik kan me niet voorstellen dat de buit van satan uiteindelijk groter zal zijn dan de buit van Christus. De moeilijkheid dus alleen is dat wat wij ons kunnen voorstellen, heeft in dit opzicht heel weinig gewicht in de schaal te leggen. Daar komt nog iets bij, er zit ook nog een foute gedachte achter. Er zit een middeleeuwse gedachte achter. Alsof de mensen die verloren gaan de buit van satan zijn. Dat zijn de schilderijen van Jeroen Bosch weet u wel, die daar laat zien hoe de mensen in de hel gekweld worden door allerlei duiveltjes, die ze met drietanden prikken. Maar de duivel zelf is daar slachtoffer, hij is geen kwelgeest. Hij is zelf daar iemand die in de onderste krochten van de duisternis geworpen wordt met zijn engelen. De hel is in de eerste plaats voor de duivel en zijn engelen bereid, die zijn daar niet de kwelgeesten, de folteraars, maar ze zijn degenen die het ergst gefolterd worden. Dus dat hele idee van de buit van satan is eigenlijk al helemaal niet goed. Satan heeft geen enkele buit. Mensen die verloren gaan zijn niet de buit van satan en hoeveel er zijn die verloren gaan, ook zo'n tekst als: velen zijn geroepen maar weinigen zijn uitverkoren, is ook precies zo'n redenering. Dat suggereert dat het totaal aantal mensen dat uitverkoren is maar een heel klein percentage zal zijn. Sommigen citeren er nog een tekst uit Jeremia bij, meestal in een wat verdraaide vorm, twee uit een stad en één uit een dorp, maar daar gaat het helemaal niet over eeuwige uitverkiezing. Dat velen zijn geroepen dat gaat daar notabene over Israël, in de gelijkenissen waar dat over gaat. Die teksten worden uit hun verband gerukt en, dat klinkt dan altijd heel mooi ja dat staat toch in de Bijbel en dan komt er zo'n vers, waarvan de mensen zelf niet eens weten waar het staat, laat staan in wat voor verband het staat. Dus alstublieft geen speculaties over dit soort getallen. WE WETEN ER NIETS VAN.
|
|
Lees meer...
|
|
(7) Lezing gehouden op 18 maart 2011 over "Wees niet bezorgd!" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Voor op het blaadje staat Mattheüs 6:19-34 maar daar hebben we er al een paar van gehad van die verzen maar dat geeft allemaal niks. Wij lezen vanavond Mattheüs 6: vers 25-34. Mattheüs 6, ik lees uit de Telosvertaling, Mattheüs 6:25. "Daarom zeg Ik u, weest niet bezorgd voor uw leven wat u eten of wat u drinken zult; ook niet voor uw lichaam waarmee u zich zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam dan de kleding? Kijkt naar de vogels van de hemel dat zij niet zaaien, niet maaien en niet in schuren verzamelen en uw hemelse Vader voedt ze. Gaat u ze niet ver teboven? Wie van u echter kan door bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen? En wat bent u bezorgd over kleding. Let op de lelies op het veld, hoe zij groeien. Zij arbeiden niet en spinnen niet en Ik zeg u dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet was bekleed als één van deze. Als nu God het gras op het veld dat er vandaag is en morgen in een oven wordt geworpen, zó bekleed, zal Hij niet veel meer u bekleden, kleingelovigen? Weest dan niet bezorgd door te zeggen: wat zullen wij eten of wat zullen wij drinken of waarmee zullen wij ons kleden. Want naar al deze dingen zoeken de volken want uw hemelse Vader weet dat u al deze dingen nodig hebt. Zoekt echter eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden. Weest dan niet bezorgd voor morgen want morgen zal voor zichzelf bezorgd zijn. Voor elke dag is zijn eigen kwaad genoeg." Tot zover lezen we uit het Woord van God.
|
|
Lees meer...
|
|
(7b) Vragen bij de lezing gehouden op 18 maart 2011 over "Weest niet bezorgd!" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Vragenbespreking.
Vrienden weest allen wederom hartelijk welkom.
Er was net iemand die zich bijna niet kon voorstellen dat ik echt een pessimist zou zijn. Maar als mijn vrouw dat nu zegt, wat hebben jullie dan nog in te brengen. Die kent mij het beste, dat is af en toe heel griezelig, maar diep in mijn hart weet ik dan het is goed. Ten minste iemand weet hoe het echt in elkaar zit. Ik hoop dat jullie ook zo'n vrouw hebben of zo'n man. Het is dus wel een beetje zo. Ze zegt jij ziet altijd van twee mogelijkheden de zwarte mogelijkheid. Je weet een pessimist geeft het niet gemakkelijk van zichzelf toe dus ik vond dit al een hele prestatie. Want de meeste pessimisten zeggen van zichzelf dat ze realisten zijn. Kent u dat? Ik ben helemaal geen pessimist, ik ben een realist! Die moet je in de gaten houden.
Wat vindt u van de oneliner: je zorgen maken is de verkeerde kant op fantaseren.
Dat vind ik een hele leuke. Want inderdaad, we maken ons allemaal voorstellingen hoe het morgen met ons zal gaan en volgende week. Die voorstellingen berusten op de verbeelding, want we weten het niet, we kunnen niet in de toekomst kijken. Een optimist ziet daarbij altijd de positieve kanten, die fantaseert over de mooie ontwikkelingen. Ja? Als het mistig is zegt de optimist: hij trekt op die mist, en de pessimist zegt: wat een pest die mist. Dat is het hele verschil. Het mooiste voorbeeld vind ik van die twee schoenverkopers die allebei naar Afrika gingen; de pessimist mailde naar huis: jongens vergeet het maar, wij kunnen hier geen schoen slijten want niemand draagt schoenen. De optimist zei: de markt ligt hier totaal open niemand heeft nog schoenen ...
|
|
Lees meer...
|
|
(6) Lezing gehouden op 25 februari 2011 over "Het Onze Vader" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Misschien moet ik u een beetje teleurstellen want als u hier de vorige keer was dan weet u dat ik toen een beetje ging aarzelen of ik wat te weinig stof voor die avond had en toen heb ik het hele Onze Vader er al bij gelezen. En in de praktijk ben ik toen tot halverwege gekomen, weet u dat nog? Het is natuurlijk een raar punt om daar te onderbreken maar het is nu eenmaal niet anders. Dus als u nu speciaal daarvoor gekomen bent en u was er de vorige keer niet is dat een beetje sneu maar we lezen het toch in zijn geheel. En ik doe dat uit de Telosvertaling en we lezen in Mattheüs 6 vanaf vers 9 en we lezen tot en met vers 24 dus het gaat over veel meer dan het Onze Vader.
We zijn toegekomen aan dit gedeelte van de bergrede, Mattheüs 6 vanaf vers 9. En dit is in de Telosvertaling dus het klinkt ook wat anders dan u het misschien gewend bent, het Onze Vader. "Bid u dan zo, zegt de Here Jezus: Onze Vader, die in de hemel bent, moge Uw naam worde geheiligd, Uw koninkrijk komen, Uw wil gebeuren zoals in de hemel, zo ook op aarde. Geef ons vandaag ons toereikend brood en vergeef ons onze schulden zoals ook wij onze schuldenaars hebben vergeven. En leidt ons niet in verzoeking maar verlos ons van de boze want als u de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven. Als u de mensen hun overtredingen echter niet vergeeft, zal uw Vader ook uw overtredingen niet vergeven. Wanneer u nu vast, toont dan niet een droevig gezicht zoals de huichelaars want zij maken hun gezichten ontoonbaar om zich aan de mensen te vertonen als zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon al. Maar u, als u vast, zalf uw hoofd en was uw gezicht om u niet aan de mensen te vertonen wanneer u vast maar aan uw Vader die in het verborgen is. En uw Vader die in het verborgen kijkt, zal het u vergelden. Verzamelt u geen schatten op de aarde waar mot en afvreter ze bederft en waar dieven inbreken en stelen maar verzamelt u schatten in de hemel waar geen mot of afvreter ze bederft en waar dieven niet inbreken of stelen want waar uw schat is daar zal ook uw hart zijn. De lamp van het lichaam is het oog. Als dan uw oog eenvoudig is, zal uw hele lichaam verlicht zijn maar als uw oog boos is, zal uw hele lichaam duister zijn. Als dan het licht dat in u is, duisternis is, hoe groot is de duisternis? Niemand kan twee heren dienen want hij zal of de één haten en de ander liefhebben of zich aan de één hechten en de ander verachten. U kunt niet God dienen en Mammon. Tot zover lezen we uit Gods Woord.
|
|
Lees meer...
|
|
(6b) Vragen bij de lezing gehouden op 25 februari 2011 over "Het Onze Vader" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Wat is de betekenis van het, nou verbeeldt me toch dat daar varken staat, vers 21.
Bij mij staat er helemaal geen varken. In Mattheus 17 vers 21, klopt dat wel vraagsteller? Moet het soms 7 vers 21 zijn of zo? Of staat er geen varken ... Vasten! Ja, zijn vrouw is dokter en hij heeft het handschrift van zijn vrouw overgenomen. Dus het is niet ... Ik zei tegen hem dat is een doktershandschrift en toen zei hij dat dat ben ik niet dat is mijn vrouw en toen ben ik alles door de war gaan gooien. Het vasten, maar in 17 vers 21 wordt niet over vasten gesproken bij mij ... ( antwoord uit de zaal) ... Oh I see, nu weet ik wat er aan de hand is. Vers 21 in alle moderne vertalingen is weggelaten, je hebt ongetwijfeld een Statenvertaling of een Herziene Statenvertaling bij je. Dat is nu een van de vervelende dingen dat die lieve mensen van de Herziene Statenvertaling op zijn minst niet al die varianten in de voetnoten hebben opgenomen, zelfs dat hebben ze niet gedaan. Dus vers 21 staat er helemaal niet in Markus 9 staat het wel maar daar staat geloof ik ook vasten er niet bij, dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten, over die tekst gaat het hè? Nu goed in Markus 9 staat hij wel, dus hij moet ergens voorkomen maar daar staat het vasten ook weer niet bij. Ik ga niet discussiëren nu over al die handschriften toestanden, maar de betekenis daar is op zichzelf wel belangrijk. Laten we even aannemen dat het toch een authentieke versie is omdat het daar gaat over uitdrijving van demonen. Als de discipelen aan de Here Jezus vragen waarom konden wij die demon niet uitdrijven dan heeft Hij daar verschillende redenen voor, een daarvan is dat ze zo ongelovig zijn, dus het ligt aan henzelf. Maar zegt Hij het is ook een heel hardnekkige soort. Dus dit soort demonen, dit geslacht staat er vaak, maar gaat over dit soort, type demonen vaart niet uit dan door bidden en vasten. Dus je mag er ook wel wat geestelijke energie in stoppen. In elk geval zijn er wel andere plaatsen waar bidden en vasten in één adem genoemd wordt. Vasten is dan onthouden van en het bidden is als het ware dat wat er voor in de plaats komt. Door geestelijke energie vrij te maken kun je je meer aan het gebed wijden. Dat is ook de motivatie in 1Korinthe 7, heel boeiend, om je samen aan het gebed te wijden je te onthouden van de huwelijkse omgang, daar heb je hetzelfde idee: je onthoudt je van het een, wat op zichzelf niet verkeerd is, maar je doet het om energie vrij te maken in het gebed voor God. Bidden en vasten hoort dus dikwijls bij elkaar.
|
|
Lees meer...
|
|
(5) Lezing gehouden op 14 januari 2011 over "Het echte geven en bidden" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Ik heb maar de vrijheid genomen om het hoofdstuk 6 iets anders in te delen. We gaan daar drie avonden aan besteden en de vraag voor mij was bij de oorspronkelijke planning of ik 'Het Onze Vader' er vanavond bij zou betrekken of niet. Maar wat er dan overbleef als ik dat niet zou doen, leek me wat weinig. Nu ik besloten heb dat wel te doen, is het wat veel dus we zien wel hoe ver we komen. Maar u moet zich dus niet helemaal storen aan de indeling. Het kan best zijn dat we halverwege 'Het Onze Vader' de bijbelstudie onderbreken. Laten we lezen uit Mattheüs 6 in de Telosvertaling vers 1 t/m 13. "Pas er echter voor op dat u uw gerechtigheid niet doet voor het oog van de mensen om door hen te worden gezien anders hebt u geen loon bij uw Vader die in de hemelen is. Wanneer u dan weldadigheid bewijst, bazuin het niet voor u uit zoals de huichelaars doen in de synagogen en op de straten opdat zij door de mensen geëerd worden. Voorwaar Ik zeg u, zij hebben hun loon al. Maar u, als uw weldadigheid bewijst, laat uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet opdat uw weldadigheid in het verborgen is. En uw Vader, die in het verborgen kijkt, zal het u vergelden. En wanneer u bidt, zult u niet zijn zoals de huichelaars want zij houden ervan in de synagogen en op de hoeken van de straten te staan bidden om zich aan de mensen te vertonen. Voorwaar Ik zeg u, zij hebben hun loon al. Maar u, wanneer u bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bidt tot uw Vader, die in het verborgen is. En uw Vader, die in het verborgen kijkt, zal het u vergelden. En als u bidt, gebruik dan geen omhaal van woorden zoals de volken. Want zij menen dat zij door hun veelheid van woorden zullen worden verhoord. Word hun dan niet gelijk. Want uw Vader weet wat u nodig hebt voordat u het Hem vraagt. Bid u dan zo: 'Onze Vader, die in de hemelen bent, moge Uw naam worden geheiligd, Uw Koninkrijk komen, Uw wil gebeuren zoals in de hemel, zo ook op aarde. Geef ons vandaag ons toereikend brood en vergeef ons onze schulden zoals ook wij onze schuldenaars hebben vergeven. En leidt ons niet in verzoeking maar verlos ons van de boze'." Tot hiertoe lezen wij.
|
|
Lees meer...
|
|
(5b) Vragen bij de lezing gehouden op 14 januari 2011 over "Het echte geven en bidden" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Ik heb van u een aantal vragen mogen ontvangen, waarvoor weer mijn hartelijke dank.
Laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet. Dit werd bij ons zo uitgelegd laat je vrouw niet weten wat jij als man in de collectezak doet.
Je kunt het toch zo gek niet verzinnen of er is ergens wel, de Joden zeiden al: voor elke Bijbeltekst zijn zeventig uitleggingen, dus we zullen ook deze bijschrijven in de vele uitleggingen van dit vers. Nee, ik weet man en vrouw zijn een maar dit is toch een beetje al te gek. Ik zou niet weten waarom mijn vrouw niet zou mogen weten wat ik in de collectezak doe en omgekeerd. Ik zeg wel eens tegen haar: Ik heb niet zoveel geld bij me doe jij er wat dubbel in. Heeft u dat ook wel eens meegemaakt of nog niet? Of is dat alleen bij ons? Of zegt zij dat tegen mij. Dat overleg je soms wel eens eventjes. Nee, het gaat vooral denk ik om zoals ik gezegd heb: doe het maar zodanig dat je het vergeten hebt op het moment dat je het gedaan hebt. Dat is ook heel belangrijk, ook in het, er schiet me nu een totaal ander voorbeeld te binnen waarbij het zo belangrijk is te vergeten wat je doet. Dat geldt ook in het pastoraat, als je met mensen dingen bespreekt, ze hebben je dingen verteld die vertrouwelijk zijn. Sommige mensen hebben de gave van de onthouding dat wil zeggen die kunnen goed onthouden wat er gezegd is, en andere hebben de gave van de vergetelheid. In het pastoraat is het heel mooi om de gave van de vergetelheid te hebben. Als je een goed werk gedaan hebt, bijvoorbeeld een grote gift, vergeet het alstublieft maar meteen, dan kun je ook niet jezelf er voor op de borst kloppen.
|
|
Lees meer...
|
|
(4) Lezing gehouden op 3 december 2010 over "Jezus en de traditie (II)" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Ik lees weer uit de Telosvertaling, Mattheüs 5 vanaf vers 33 tot het eind van dit hoofdstuk. "U hebt eveneens gehoord dat tot de ouden gezegd is: 'u zult geen valse eed zweren maar de Here uw eden houden.' Maar Ik zeg u helemaal niet te zweren. Niet bij de hemel want hij is de troon van God, niet bij de aarde want zij is de voetbank voor Zijn voeten, niet bij Jeruzalem want zij is de stad van de grote Koning, niet bij uw hoofd zult u zweren want u kunt niet één haar wit of zwart maken. Laat uw woord 'ja' echter ja zijn en uw 'nee' nee. En wat meer is dan dit is uit de boze. U hebt gehoord dat gezegd is: 'oog om oog en tand om tand' maar Ik zeg u de boze niet te weerstaan maar wie u op uw rechterwang slaag, keer hem ook de andere toe. En wie met u een rechtsgeding wil voeren en uw onderkleed nemen, laat hem ook de mantel. En wie u tot één mijl zal dwingen, ga met hem twee. Geef aan hem die van u vraagt en keer u niet af van hem die van u wil lenen. U hebt gehoord dat gezegd is: 'u zult uw naaste liefhebben en uw vijand haten' maar Ik zeg u: 'heb uw vijanden lief en bidt voor hen die u vervolgen' opdat u zonen wordt van uw Vader die in de hemelen is. Want Hij laat Zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want als u hen liefhebt die u liefhebben, wat voor loon hebt u? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? En als u alleen uw broeders groet, wat doet u meer? Doen ook de volken niet hetzelfde? Weest u dan volmaakt zoals uw hemelse Vader volmaakt is." Tot zover lezen we uit het Woord van God.
|
|
Lees meer...
|
|
(4b) Vragen bij de lezing gehouden op 3 december 2010 over "Jezus en de traditie (II)" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Waarom zijn de Bijbelvertalers bang om Zijn Naam te schrijven? Het is toch het Levende Woord?
Ja, er zijn ook in het Bijbel vertalen tradities. De Septuagint begon er al mee. Het begon er al mee dat de Joden om de naam van God niet ijdel te gebruiken eenvoudig besloten om die naam dan helemaal niet meer te gebruiken, en dus overal die te vervangen door Adonai. Dus een heleboel gebeden beginnen met: Baruch atah adonai eloheinu adonai en eigenlijk staat daar de naam Jahweh. Die gewoonte drong door in de interpunctie, in de vocale tekentjes, Het Hebreeuws heeft alleen maar medeklinkers maar later zijn daar klinkertjes bij gezet. Bij het woord Jahweh staan de klinker van Adonai, met gevolg dat die naam uitgesproken werd als Jehova, wat eeuwen lang tot het misverstand leidde dat dat de naam van God was. Allen de Jehova's getuigen denken dat nog steeds, maar dat is een vergissing. De klinkertjes van adonai stonden bij de naam Jahweh om de lezer eraan te herinneren: denkt erom dat je adonai uitspreekt. Toen de Griekse vertaling gemaakt werd in de tweede, derde eeuw voor Christus, heeft men de naam van God vervangen door kurios= heer. Eenvoudig omdat die gewoonte allang bestond om toch Heer te lezen nam men het dus ook over in de vertaling. Toen ging het vervolgens naar de Latijnse vertaling toe, de Vulgaat, toen de eerste protestantse vertalingen verschenen nam men die gewoonte over. Die bestond toen al zoveel honderden jaren en dus werd ook in die vertalingen, eerst door Luther – Herr- dan in het Engels – Lord – toen kwam de Statenvertaling, die hadden een extra probleem want in het Nederlands zei je in die tijd Here. Dat zei je niet alleen tegen God dat zei ook tegen een andere meneer- Here- precies hetzelfde.
|
|
Lees meer...
|
|
(3) Lezing gehouden op 5 november 2010 over "Jezus en de traditie (I)" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Ik lees uit de Telosvertaling vanaf Mattheüs 5: 21. "U hebt gehoord dat tot de ouden gezegd is: U zult niet doden en wie doodt zal vallen aan het gericht. Maar Ik zeg u dat ieder die ten onrechte op zijn broeder toornig is, zal vervallen aan het gericht en wie tot zijn broeder zegt: Raka! (dat betekent leeghoofd of nietsnut) zal vervallen aan de Raad en wie zegt: Dwaas! zal vervallen aan de hel van het vuur. Wanneer u dan u gaven offert op het altaar en u daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, laat daar uw gave voor het altaar en ga eerst heen. Verzoen u met uw broeder en kom dan en offer uw gave. Wees spoedig welgezind jegens uw tegenpartij terwijl u met hem onderweg bent opdat uw tegenpartij u niet misschien aan de rechter en de rechter u aan de dienaar overlevert en u in de gevangenis geworpen wordt. Voorwaar, Ik zeg u, u zult daar geenszins uitkomen voordat u de laatste kwadrant hebt betaald. U hebt gehoord dat gezegd is: U zult geen overspel plegen maar Ik zeg u dat ieder die een vrouw aanziet om haar te begeren al overspel met haar gepleegd heeft in zijn hart. Als nu uw rechteroog u een aanleiding tot vallen is, trek het uit en werp het van u. Want het is nuttig voor u dat één van uw leden vergaat en niet uw hele lichaam in de hel wordt geworpen. En als uw rechterhand u een aanleiding tot vallen is, hak die af en werp die van u. Want het is nuttig voor u dat één van uw leden vergaat en niet uw hele lichaam naar de hel gaat. Er is ook gezegd: ieder die zijn vrouw verstoot moet haar een scheidbrief geven maar Ik zeg u dat ieder die zijn vrouw verstoot anders dan uit oorzaak van hoererij, maakt dat zij ook overspel pleegt en wie een verstotene trouwt, pleegt overspel." Tot zover lezen we uit het Woord van God.
|
|
Lees meer...
|
|
(3b) Vragen bij de lezing gehouden op 5 november 2010 over "Jezus en de traditie (I)" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Ik blijf wikken en wegen over de wetten van Leviticus 23 hebt u dat ook wel eens? (Waar men allemaal niet over in kan zitten, maar het is wel een hele diepe vraag). Ik vraag me af al die ziektes, komen die toch niet, (het is niet hoofdstuk 23 maar dat geeft volgens mij niet) komen die toch niet doordat we varkensvlees of bijvoorbeeld paling eten Dan wordt er wel gezegd: door Jezus' kruisiging is dat allemaal niet meer nodig maar ik twijfel. Bijvoorbeeld als twee mannen niet samen kwamen hadden we ook geen aids. Komt er geen ziekte over de zonde?
|
|
Lees meer...
|
|
(2) Lezing gehouden op 1 oktober 2010 over "De ware gerechtigheid" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Wij lezen uit Mattheüs 5 uit de Telosvertaling vers 13 t/m 20. "U bent het zout van de aarde. Als nu het zout smakeloos wordt waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden. U bent het licht van de wereld. Een stad die op een berg ligt kan niet verborgen zijn. Ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat maar op de kandelaar en zij schijnt voor allen die in het huis zijn. Laat zo uw licht schijnen voor het oog van de mensen opdat zij uw goede werken zien en uw Vader die in de hemelen is verheerlijken. Meent niet dat Ik ben gekomen om de wet of de profeten op te heffen. Ik ben niet gekomen om op te heffen maar om te vervullen. Want voorwaar Ik zeg u: totdat de hemel en de aarde voorbijgaan zal niet één jota of één tittel van de wet voorbijgaan totdat alles is gebeurd. Wie dan één van deze geringste geboden ontbindt en de mensen zo leert zal de geringste worden genoemd in het koninkrijk der hemelen. Maar wie ze doet en leert die zal groot worden genoemd in het koninkrijk der hemelen. Want Ik zeg u dat als uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de schriftgeleerden en farizeeën, u het koninkrijk der hemelen geenszins zult binnengaan." Tot zover lezen we uit het Woord van God.
Ik mag u nog wel in herinnering roepen wat de bergrede is. Ik heb u de vorige maal een heleboel dingen opgesomd wat de bergrede NIET is; dat ga ik nu niet herhalen. Misschien kan ik het nog het kortste samenvatten door te zeggen: de bergrede, daar vind je de grondregels van het koninkrijk der hemelen oftewel het koninkrijk Gods. Ik hoor niet tot degenen die daar een fijnzinnig onderscheid tussen maken. Die grondregels gelden niet voor het koninkrijk zoals het straks zal aanbreken als de Messias komt; als de Here Jezus terugkomt. Want deze grondbeginselen veronderstellen vervolging en verdrukking. We hebben dat bij de zaligsprekingen gezien. Het zijn dus de grondbeginselen van het koninkrijk in de tijd dat de Here Jezus Zijn discipelen zou hebben verlaten, teruggekeerd zou zijn naar de hemel tot op de tijd dat Hij terugkomt. Ze worden hier aangesproken als discipelen. Het gaat hier niet over de Kerk, over de Gemeente; het gaat hier niet over vergeving van zonde. Het gaat hier over het koninkrijk Gods. Het gaat hier over onze plek daarin als discipelen. Dat is heel belangrijk. Als volgelingen van Jezus. Want de weg die in de zaligsprekingen werd beschreven dat is de weg van de Here Jezus zelf. Hij heeft die vervolging en verdrukking meegemaakt. Hij hongerde en dorstte naar de gerechtigheid. Hij was een vredestichter. Hij was iemand die treurde om de omstandigheden van toen. Hij was iemand die barmhartigheid heeft betoond. Het enige wat je misschien niet kan zeggen: dat Hij arm van geest was omdat dat lijkt te veronderstellen vernedering, verootmoediging over je zonden. Maar voor de rest is dit het beeld van de Here Jezus zelf en dus ook het beeld van Zijn volgelingen.
|
|
Lees meer...
|
|
(2b) Vragen bij de lezing gehouden op 1 oktober 2010 over "De ware gerechtigheid" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
De eerste vraag kreeg ik mondeling dus laat ik die maar eerst doen, anders zou ik hem nog kunnen vergeten. O, dat is een hele spannende vraag. Dat is: Zegt de Here Jezus dan in Mattheus 5:17 toch eigenlijk niet Ik ben gekomen om de wet wel te ontbinden maar jullie krijgen een mooie nieuwe wet van mij cadeau: de wet van Christus?
Ik heb ergens in een tussenzin tijden de toespraak gezegd: ten diepste gaat het natuurlijk maar om één Thora, die ik zou willen noemen de eeuwige Thora. Alleen die komt voor in verschillende varianten. Ik heb een boek geschreven dat heet "hoe lief heb ik uw wet". Ik betreur het ten zeerste dat het uitverkocht is en dat de uitgever denkt dat de markt te zeer verzadigd is om nog een nieuwe oplage te doen. Dat vind ik eigenlijk wel jammer, maar in mijn dogmatische reeks komen al die inhouden wel terug op een of andere manier, daarin heb ik geprobeerd dat uiteen te zetten. Als gaat over de Mozaïsche wet en de Messiaanse wet, er is nog een derde wet, de wet van het millennium, de wet van het Messiaanse vrederijk na de wederkomst, maar dan moet je in het duizendjarige rijk geloven en zo, dus daar gaan we nu maar niet op in. Als we die twee vergelijken, het zijn natuurlijk varianten van de ene Thora, de messiaanse Thora is niet een andere, het is de verdieping van de Mozaïsche Thora. Tegelijkertijd moet je die twee toch goed onderscheiden anders zeg je, nou ja, aan het eind komt dit dan toch weer op hetzelfde neer, namelijk die Messiaanse wet dat is gewoon wat wij de morele wet noemen uit de wet van Mozes. Nee, het is toch weer anders dan die Tien geboden en daarom is dat ene gebod dat sabbatsgebod zo heerlijk beslissend. In de hele discussie tussen de reformatorischen en de evangelischen zijn er twee thema's waaruit als je er lang genoeg over praat blijkt dat alles er mee samenhangt. Het ene is de doop, daar gaan we het nu eens een keer niet over hebben voor de verandering, alles hangt er mee samen blijkt. Ik verbaas me altijd zeer over mensen die zich laten groot dopen en toch gewoon Calvinist willen blijven, dat kan gewoon niet. Als u denkt dat u dat kunt dan bent u postmodern, die kunnen wel meer tegenstrijdige dingen tegelijkertijd geloven. Zo is het ook met het sabbatsgebod. Ook daar zijn er drie varianten dat zijn dezelfde drie als straks. Het sabbatsgebod geldt nog steeds, de sabbat is nog steeds op zaterdag, die is niet verplaatst en wij zijn allemaal daaraan gehouden. Denk maar weer aan de zevendedagsadventisten. Marianne Thieme, die u allemaal kent, is zevendedagsadventiste dat zijn de mensen die zeggen: God heeft die sabbat nooit veranderd en zondag mag een bijzondere dag zijn maar de sabbat is de sabbat en daar hebben we ons allemaal aan te houden. Dat is visie numero één.
|
|
Lees meer...
|
|
(8b) Vragen bij de lezing gehouden op 14 mei 2010 over "De onrechtvaardige landlieden" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Er is veel bevestigd over allerlei zaken waar mensen bij betrokken zijn. Dat is ook mooi.
Nu blijven er nog maar drie vragen over.
In de uitleg van de gelijkenissen zoals u die gaf, wie zijn de pachters? Alle gelovigen of de leiders van de gemeente?
Ja, dat is een van die dingen die ik niet verteld heb, het antwoord luidt; in feite is allebei wel goed. Je zou kunnen zeggen de pachters dat zijn de dienstknechten van de Heer en dan zou je in eerste instantie aan de geestelijke leiders kunnen denken. De Here Jezus heeft het per slot daar gesproken tot de geestelijke leiders van Israël, de Farizeeërs en de Schriftgeleerden. Nu is leiders een breed woord, de Farizeeërs waren niet in formele zin leiders, de farizeeërs waren een van de verschillende religieuze stromingen. Als je lid bent van een bepaalde religieuze stroming, christelijke stroming in Nederland dan ben je niet automatisch leider ook al is die stroming nog zo gerespecteerd. Dus farizeeën waren leden van, wat we noemen, een sekte, maar dat klinkt zo lelijk, van een van de stromingen die er in Israël waren, waarvan de Farizeeën en de Sadduceeën de bekendste waren. Schriftgeleerden waren in feite ook niet de leiders, dat waren de theologen en je kunt best een theoloog zijn zonder een leider te zijn. De leiders worden omschreven als de oversten van het volk. We lezen van Nicodemus dat hij overste was van de Joden, dat is een geestelijke leider. Ze worden ook genoemd de oudsten van het volk, de oversten en de oudsten dat zijn uitdrukkingen die voorkomen. De pachters kun je dus iets van denken, maar de Here Jezus spreekt tot mensen die op zichzelf ook geen geestelijk leiders waren. In die brede zin van het woord kun je aan elke gelovige denken, daar is geen enkel bezwaar tegen. Farizeeën zijn lid van een bepaalde richting, sadduceeën zijn van een andere richting, in dat tempelonderwijs krijgen ze ook allemaal een beurt, dat van de opstanding gaat tegen de sadduceeën en op een ander moment, ik meen als Hij het heeft over die munt waar de Romeinse keizer op staat, gaat het tegen de sadduceeën en de Herodianen. Alle verschillende groeperingen krijgen daar een beurt. De Here Jezus heeft geen liefjes, geen favorieten, geen lievelingetjes moet ik zeggen. Slechte onderwijzers hebben lievelingetjes in de klas en dat niet alleen, ze laten dat nog merken ook. Je kunt best het ene kind aardiger vinden dan het andere, maar dan moet je dat niet laten merken. Maar bij God zijn geen lievelingetjes. God in de hemel weet dat er 40.000 christelijke denominaties zijn, 40.000, en Hij heeft geen lievelingetjes. Alle ware gelovigen in al die denominaties dat zijn Zijn lievelingetjes. Als ik even die uitdrukking mag gebruiken. We moeten daar heel voorzichtig mee zijn om God omlaag te trekken tot Iemand die partij moet kiezen bij al onze twisten. God staat daar ver boven. Dat maakt het ook zo ernstig als je de gemeente over iets verdeelt. Ik ben dit seizoen met verschillende evangelische gemeenten in aanraking geweest waar ik lezingen hield en waar je dan hoort, een groot deel heeft zich afgescheiden. En als je dan hoort waar het over gaat, met alle respect, voor die mensen zal het allemaal misschien wel verschrikkelijk belangrijk zijn, maar dat mag niet. Daar kun je niet zomaar de gemeente over verscheuren. Ik vind dat doodeng. En dat gaat maar door. We leren het nooit lijkt het wel. Dus ik zou zeggen, wie de schoen past, trekke hem aan, en dat geldt niet alleen voor geestelijke leiders of schriftgeleerd, dat zijn dan wel theologen maar dat is ook niet per se geestelijke leiders en farizeeën zijn gewoon lid van een religieuze richting.
|
|
Lees meer...
|
|
(1) Lezing gehouden op 3 september 2010 over "De zaligsprekingen" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Wij lezen uit Mattheüs 5, de eerste twaalf verzen. Zestig lezingen lijkt me wel wat veel over de bergrede maar ik vind dat toch wel een heel bijzonder voorrecht om het in negen avonden te mogen doen. Pas geleden, op de Betteld, heb ik het in drie keer mogen doen en toen had ik toch echt het gevoel: het is een beetje jakkeren. Dus nu mag ik elk van die drie weer nader in drie onderverdelen. Wij lezen Mattheüs 5: 1-12 en ik doe dat uit de minst slechte vertaling die ik ken: de Telosvertaling. "Toen Hij nu de menigte zag klom Hij op de berg en nadat Hij was gaan zitten, kwamen Zijn discipelen naar Hem toe en Hij opende Zijn mond en leerde hen aldus: gelukkig de armen van Geest want van hen is het koninkrijk der hemelen. Gelukkig zij die treuren want zij zullen vertroost worden. Gelukkig de zachtmoedigen want zij zullen de aarde beërven. Gelukkig zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid want zij zullen verzadigd worden. Gelukkig de barmhartigen want zij zullen barmhartigheid verkrijgen. Gelukkig de reinen van hart want zij zullen God zien. Gelukkig de vredestichters want zij zullen zonen van God worden genoemd. Gelukkig zij die worden vervolgd ter wille van de gerechtigheid want van hen is het koninkrijk der hemelen. Gelukkig bent wanneer zij u smaden en vervolgen en liegend allerlei kwaad van u spreken ter wille van Mij, verblijdt en verheugt u want uw loon is groot in de hemelen want zo hebben zij de profeten vervolgd die voor u geweest zijn." Tot zover lezen wij vanavond.
U begrijpt het wel dat het heel belangrijk is dat we een aantal inleidende opmerkingen over de bergrede maken om goed te zien wat wij hier hebben en vooral wat we hier niet vinden. Het in het kader te plaatsen van het hele Mattheüsevangelie dat is wel het allereerste. Mattheüs is het evangelie van de Koning zoals Markus van de dienstknecht en Lukas van de Zoon des mensen Johannes het evangelie van de Zoon van God. Mattheüs heeft het doel ons te laten zien dat de Here Jezus de Koning is volgens de oudtestamentische profetieën. Dat Hij die profetieën nauwkeurig vervult en heeft vervuld om elke Jood te overtuigen dat Hij werkelijk is wat Hij ook zelf claimde te zijn: de Messias, dat is de gezalfde Koning van Israël. Mattheüs wil ons ook laten zien waarom die Koning momenteel afwezig is want dat hadden profeten in het Oude Testament niet voorzegd en voorzien. Zij rekenden erop dat de Messias zou zitten op de troon van Zijn vader David, dat de vijanden verdreven zouden zijn en dat de wereld vanuit Sion geregeerd zou worden en vervuld zou zijn met vrede en gerechtigheid. En Mattheüs maakt duidelijk dat dat komt doordat Zijn eigen volk Hem verworpen heeft. "Wij willen niet dat deze koning over ons is" hebben ze voor Pilatus geroepen. En dan zie je op een bepaald moment, met name in hoofdstuk 13, dat is echt het keerpunt in het evangelie nadat in hoofdstuk 11 en 12 het volk Hem heeft verworpen, de geestelijke leiders Hem hebben verworpen en eigenlijk ook Zijn eigen familie Hem heeft verworpen. Daar zie je dat de Here Jezus zich nu wendt tot de hele wereld. De akker is de wereld zegt de gelijkenis van het onkruid en de tarwe. Het sleepnet wordt uitgegooid in de hele zee. Dat is de volkerenwereld in Mattheüs 13. Dat is van enorme grote betekenis. Mattheüs wil daarmee duidelijk maken waarom het evangelie nu tot alle volken is gekomen en niet langer beperkt is tot Israël. Maar ook waarom het Koninkrijk er nu niet zo uitziet als dat oorspronkelijk de bedoeling leek. En hij laat zien dat dat allemaal wel komt maar pas bij de wederkomst van de Zoon des mensen. Dan zal dat Koninkrijk in vervulling gaan zoals de profeten het hebben aangekondigd. En in die tussentijd bestaat dat Koninkrijk van God in een verborgen vorm. Verborgen omdat de Koning zelf verborgen is. Afwezig is Hij, zoals de gelijkenissen zeggen: hij is als een mens die buitenslands reisde om daar een koninklijke waardigheid voor zich in ontvangst te nemen. Daar is de Here Jezus nu. En intussen vertrouwt Hij dat Koninkrijk toe aan Zijn slaven. Hij geeft ze talenten, Hij geeft ze ponden in Lukas 19 en daarmee moeten ze aan het werk gaan. En daarbij geeft Hij aan de ene kant hun de kracht van de Heilige Geest. Aan de andere kant zullen ze ook te maken krijgen met vervolgingen en verdrukking. Als met de Here Jezus zo gehandeld hebben dan handelt de wereld ook zo met de volgelingen van de Here Jezus.
|
|
Lees meer...
|
|
(1b) Vragen bij de lezing gehouden op 3 september 2010 over "De zaligsprekingen" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Waarom wilde Jezus het koninkrijk per se verborgen houden voor het volk?
De Here Jezus zegt dat zelf in Mattheus 13, als de discipelen vragen:"waarom spreekt u in gelijkenissen?" Dan zegt hij: "omdat het jullie gegeven is de verborgenheden van het koninkrijk der hemelen te kennen maar hun is het niet gegeven". En ik heb straks al gezegd ... dat is Mattheus 13 dat is een heel andere situatie dan Mattheus 5. Mattheus 5 is het begin van, of hoofdstuk 4 het begin van de bediening van de Here Jezus, maar geleidelijk wordt de tegenstand steeds groter met als dieptepunt hoofdstuk 11 en 12. Het absolute dieptepunt is als de farizeeën en Schriftgeleerden zeggen: "Hij drijft de demonen uit door Beëlzebul", het hoofd van de demonen. Dat was niet alleen dwaasheid, dat was ook nog lasterlijk ... En dan komt die grote kentering ... Dan zie je dat de Here Jezus voortaan het zaad van het evangelie gaat uitstrooien in de hele wereld. Dus aan de ene kant wordt de kring verbreed, want nu gaat het evangelie tot alle volken er komen, aan de andere kant wordt de kring versmald. We noemen dat in de Bijbel een oordeel van verharding. Dat is een moment wanneer mensen een tijd lang het Woord hebben mogen horen en het absoluut van zich wijzen. Je vindt de verharding van het heidendom in Romeinen 1, de verharding van het Jodendom in Romeinen 11, en de verharding van het naamchristendom in 2Tessalonisensen 2. En die verharding was aangekondigd in Jesaja waar gezegd wordt:"Opdat zij kijkende niet zullen zien en luisterende niet zullen horen". En dat betekend vanaf dat moment ... het openbare onderwijs van de Here Jezus in gelijkenissen is. Dat wil niet zeggen dat die mensen er niets, helemaal niks meer van verstonden. Als de Here Jezus de gelijkenissen uitspreekt van de pachters van de wijngaard, de onrechtvaardige landlieden, dan begrijpen de farizeeën en Schriftgeleerden heel goed wat hij bedoelt; namelijk dat hij op hen doelde en daar zijn ze erg boos over. Dat wil dus niet zeggen dat ze niets ervan begrepen. Het gaat ook vooral om geestelijk verstaan. Want als hij zegt:"de wijngaard wordt van jullie afgenomen en aan een ander volk gegeven", dat is de gemeente van God, dan zijn ze daar heel woedend over, want ze begrijpen dat soort consequenties heel erg goed. Maar dan geeft de Here Jezus eigenlijk op dat moment een stukje uitleg van de gelijkenis ... Dus het is een soort oordeel !.....Maar bedenk dat te allen tijde de mensen uit het volk, uit de menigten, de scharen zoals dat in de oudere vertaling heet, altijd, voor zover ze niet onder dat oordeel van verharding vallen, de gelegenheid krijgen alsnog het woord aan te nemen. De Here Jezus heeft gezegd dat hij ook na zijn heengaan opnieuw dienstknechten tot het volk zou sturen, en dat is ook gebeurd in het boek Handelingen. En Petrus doet een oproep tot bekering aan het volk in Handelingen 2 en dan nog eens in Handelingen 3 en dan zegt hij:"Als jullie nu de Messias aannemen dan zullen de tijden der verkwikking volgen, de tijden van de weder herstelling aller dingen". En als ze dat inderdaad gedaan hadden, dan had nu, dan was toen al het koninkrijk Gods al op aarde begonnen. Om een heleboel andere redenen kon dat natuurlijk niet gebeuren, maar dat veranderde niets aan de verantwoordelijkheid van hen die het ook toen afwezen. Dus je ziet aan de ene kant het Evangelie blijft ook tot Israël komen, ook in het boek Handelingen. Paulus is ook altijd eerst tot Joden gegaan en daarna wendde hij zich tot de niet-Joden. Eerst de Jood en dan de Griek. Maar degenen die het bewust afwijzen ... dan komt er altijd een moment van verharding. Dat zie je in Handelingen ook. Dan zegt Paulus, hij schudt bij wijze van spreken het stof van zijn voeten en hij zegt:"Oké als jullie het niet willen horen, als jullie het bewust afwijzen ga ik nu naar de volkeren". En dan worden ze weer erg boos want dat willen ze ook niet. En ze gaan dan zelfs de mensen opjuinen tegen de apostelen. En dat is niet typisch Joods, dat hebben Christenen in het verleden ook gedaan, naamchristenen. Dat is typisch menselijk. Zelf het heil afwijzen maar het een ander misgunnen aan wie het wordt aangeboden. Dus het is een oordeel samenvattend dat het niet langer tot het volk kwam.
|
|
Lees meer...
|
|
(7b) Vragen bij de lezing gehouden op 16 april 2010 over "De tien ponden" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Denkt u dat de Here Jezus hier op aarde lijfelijk zal regeren aangezien de engel Gabriel zegt: Hij zal zitten op de troon van David”, en Davis op aarde regeerde?”
Ik heb een verblijdende mededeling voor u, dat geloof ik inderdaad. De Here Jezus zal lichamelijk terugkomen en aller oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg. Dat wil niet zeggen dat de Here Jezus gedurende het hele vrederijk op aarde zal zijn. Met Zijn verheerlijkt lichaam verscheen Hij aan Zijn discipelen gedurende de 40 dagen na Zijn opstanding. Zo zal het zijn ook dan, dat Hij zal verschijnen en elke keer weer zal verschijnen. Zijn troon van David staat op aarde, maar dat wil niet zeggen dat Hij al die tijd tijdens het vrederijk op aarde zal zijn. Maar de troon van David is in elk geval nooit verhuisd naar de hemel zoals sommigen lijken te denken. Ik zal Hem de troon van Zijn vader David geven en dan denkt men dat die troon nu de troon van God is. Als je Openbaring 3 vers 19 leest, dan zult u het verschil goed kunnen zien. Hij zit nu met Zijn Vader op Diens Troon zoals Hij straks zal zitten op Zijn eigen Troon. Dat zegt Hij Zelf. Dat is de troon van David, die is nooit verhuisd naar de hemel.
|
|
Lees meer...
|
|
(8) Lezing gehouden op 14 mei 2010 over "De onrechtvaardige landlieden" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Wij gaan vanavond lezen uit Lukas hoofdstuk 20. De gelijkenis van de onrechtvaardige pachters zoals het hier in de NBG-vertaling staat. Lukas 20 vanaf vers 9: "Jezus begon tot het volk deze gelijkenis te spreken. Iemand plantte een wijngaard en hij verhuurde die aan pachters en ging geruime tijd buitens lands. En toen het de tijd was zond hij een slaaf tot de pachters opdat zij hem van de vrucht van de wijngaard zouden geven. Maar de pachters sloegen hem en zonden hem met lege handen weg. Maar hij ging voort en zond een andere slaaf. Zij sloegen ook die, behandelden hem smadelijk en zonden hem met lege handen weg. En hij ging voort en zond een derde. Zij verwondden ook die en wierpen hem buiten de wijngaard. Toen zei de heer van de wijngaard: "wat moet ik doen? Ik zal mijn geliefde zoon zenden; die zullen zij wel ontzien." Maar toen de pachters hem zagen overlegden zij met elkander en zeiden: "dit is de erfgenaam. Laten we hem doden opdat de erfenis voor ons zij." En zij wierpen hem buiten de wijngaard en doodden hem. Wat zal dan de heer van de wijngaard met hen doen? Hij zal komen en die pachters ombrengen en die wijngaard aan anderen geven. Maar toen zij dat hoorden zeiden zij: "Dat nooit". Maar hij zag hen aan en zei: "Wat betekent dan dit dat er geschreven is: de steen die de bouwlieden afgekeurd hadden, deze is tot een hoeksteen geworden? En ieder die op die steen valt, zal verpletterd worden en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen. En de schriftgeleerden en overpriesters trachtten op hetzelfde ogenblik de hand aan hem te slaan maar zij vreesden het volk want zij begrepen dat Hij deze gelijkenis met het oog op hen gesproken had." Tot zover lezen we uit het Woord van God.
|
|
Lees meer...
|
|
(7) Lezing gehouden op 16 april 2010 over "De tien ponden" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Wij gaan lezen uit Lukas 19. De gelijkenis van de ponden. En ik doe dat weer uit de Telosvertaling; die heeft de nauwkeurigheid van de Statenvertaling en de moderniteit van de hedendaagse vertalingen dus wat wil je nou nog meer, twee in één. Lukas 19: 11: "Toen zij nu dit hoorden (dat is dan de geschiedenis van Zacheüs) sprak hij bovendien een gelijkenis uit omdat hij dicht bij Jeruzalem was en zij meenden dat het Koninkrijk van God onmiddellijk openbaar zou worden. Hij zei dan: een man van hoge geboorte reisde naar een ver land om voor zich een koninkrijk te ontvangen en terug te keren. Hij nu riep zijn tien slaven en gaf hun tien ponden en zei tot hen: doet zaken totdat Ik kom. Zijn burgers echter haatten hem en zonden hem een gezantschap achterna om te zeggen: wij willen niet dat deze over ons regeert. En het gebeurde toen hij terugkwam nadat hij het koninkrijk had ontvangen dat Hij zei dat die slaven aan wie hij het geld had gegeven, bij hem geroepen moesten worden om te weten wat zij aan de zaken hadden verdiend. De eerste nu verscheen en zei: Heer, uw pond heeft tien ponden opgebracht en hij zei tot hem: goed zo, goede slaaf. Omdat je in het geringste trouw bent geweest: heb gezag over tien steden. En de tweede kwam en zei: uw pond, Heer, heeft vijf ponden opgeleverd. Hij nu zei ook tot deze: en jij, wees heer over vijf steden. En de volgende kwam en zei: Heer, kijk uw pond dat ik in een zweetdoek had weggelegd want ik was bang voor u omdat u een streng mens bent. U neemt weg wat u niet neergelegd en u maait wat u niet gezaaid hebt. Hij zei tot hem: uit je eigen mond zal ik je oordelen, boze slaaf. Je wist dat ik een streng mens ben, die wegneemt wat ik niet neergelegd en maai wat ik niet gezaaid heb. Waarom heb je mijn geld dan niet aan een bank gegeven? Dan zou ik het bij mijn komst met rente hebben opgevraagd. En hij zei tot hen die daar bij stonden: neemt het pond van hem af en geeft het aan hem die de tien ponden heeft. (Het volgende vers staat misschien niet in alle vertalingen; het is wat onzeker of het erin hoort). Ze zeiden tot hem: Heer, hij heeft al tien ponden. En dan gaat de tekst verder: Ik zeg u, dat aan ieder die heeft, zal worden gegeven. Van hem echter die niet heeft, zal ook wat hij heeft, worden afgenomen. Die vijanden van mij evenwel die niet wilden dat ik over hen regeerde, breng ze hier en slacht ze in mijn bijzijn af." Tot zover lezen we uit de Heilige Schrift.
|
|
Lees meer...
|
|
(6) Lezing gehouden op 12 maart 2010 over "De farizeeër en de tollenaar" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Wij gaan vanavond lezen uit het Lukas evangelie. De vorige maal hebben we ook al uit hoofdstuk 18 gelezen. We hebben ons beziggehouden met de eerste gelijkenis die we daar vinden in vers 1-8 de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter en direct daarop vertelt de Here Jezus een andere gelijkenis die we vinden in vers 9-14 en die we noemen: de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar. Ik lees uit de Telos vertaling Lukas 18 vanaf vers 9.
'Hij nu zei ook tot sommigen die van zichzelf vertrouwden dat zij rechtvaardig waren en de overigen verachten, deze gelijkenis: twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden, de één een farizeeër en de ander een tollenaar. De farizeeër ging daar staan en bad dit bij zichzelf: o God, ik dank U dat ik niet ben zoals de overige mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers of ook als deze tollenaar. Ik vast tweemaal in de week, ik geef tienden van al mijn inkomsten. De tollenaar echter bleef op een afstand staan en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel maar sloeg zich op de borst en zei: o God, wees mij, de zondaar, genadig. Ik zeg u, deze ging gerechtvaardigd terug naar zijn huis in tegenstelling met de ander want wie zichzelf verhoogt, zal worden vernederd maar wie zichzelf vernedert, zal worden verhoogd.' Het zijn maar zes verzen waarmee wij ons vanavond bezighouden. En deze gelijkenis is helemaal niet zo gemakkelijk. Oppervlakkig gesproken zou je dat misschien wel denken maar ik hoop dat u gaat zien dat er meer in zit dan het zo lijkt.
|
|
Lees meer...
|
|
(6b) Vragen bij de lezing gehouden op 12 maart 2010 over "De farizeeër en de tollenaar" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
In de Statenvertaling staat dat de tollenaar meer gerechtvaardigd naar huis ging, de farizeeër was dus ook gerechtvaardigd?
Ik heb natuurlijk de grootste bewondering voor de Statenvertaling, zoals u allemaal, en ik kan niet wachten tot de herziene Statenvertaling uitkomt, maar het blijft allemaal maar mensenwerk. Het is een boeiend punt, deze vertaling heeft ervan gemaakt, hij ging gerechtvaardigd naar huis, even kijken waar het staat, in Lucas 18, in tegenstelling met de ander. Je zou de kanttekening van de Statenbijbel er eens op na moeten slaan, want ik kan me niet voorstellen dat die goede Statenvertalers bedoelden dat die farizeeër ook een beetje gerechtvaardigd ging, maar die andere meer. Dus daarom heb ik de Telosvertaling genomen, dan heb ik minder verrassingen, hier staat gerechtvaardigd in tegenstelling met de ander. Ik houd het erop dat dat het juiste is. Ik hoop dat u daarmee kan leven zuster. De andere vraag, dit is heel belangrijk, je hart geven, hoe doe je dat dan? Dat is een goede vraag. Er staat dat mooie woord in de Spreuken dat ik een paar keer geciteerd heb, 'Mijn zoon, geef mij je hart'. Laat ik een tegenvraag stellen en dat is: "Hoe ziet uw gebedsleven eruit?" Je kunt je aardig verstoppen ook in je gebed, dat kunnen we als mensen onder elkaar, je kunt hele gesprekken met elkaar voeren vooral over zaken die ons binnenste niet raken waarbij je eigenlijk jezelf nooit blootgeeft. Ik herinner me een jongedame die zei: 'Ik maak de verkering maar uit want hij heeft nog nooit iets van zijn hart laten zien. In mijn jeugd en zeker in de tijd van mijn grootouders kwam dat in het hoofd van niemand op, want ik weet niet of onze en uw grootouders zo elkaar hun hart lieten zien. Dat is ook wel iets van onze tijd, maar het is ook wel iets heel moois. En ik denk dat ik dat meisje begreep; hij laat mij niets van zijn binnenkant zien, hij laat mij niet toe in zijn hart. Je kunt wel verliefd op elkaar zijn en dat geeft een aantrekkingskracht maar niet per se een aantrekkingskracht tussen twee harten. Vriendschappen kunnen alleen maar bestaan, intieme vertrouwelijke relaties kunnen alleen maar bestaan als je je hart aan die ander laat zien.
|
|
Lees meer...
|
|
(5) Lezing gehouden op 5 februari 2010 over "De onrechtvaardige rechter" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Een zeer goedenavond.
Inderdaad het gaat over de onrechtvaardige rechter. De vorige keer stond er per abuis op het scherm de rechtvaardige rechter. Daar is iets voor te zeggen want uiteindelijk doet hij dan toch recht. Toen was hij dus eventjes een rechtvaardige rechter. En uiteindelijk gaat de gelijkenis over God. En Hij is ook een rechtvaardige rechter.
Lukas 18, ik lees uit de Telosvertaling vanaf vers 1. "Jezus nu sprak ook een gelijkenis tot hen met het oog daarop dat zij altijd moesten bidden en niet moedeloos worden en zei: er was in een stad een rechter die God niet vreesde en geen mens ontzag. Nu was er in die stad een weduwe die naar hem toekwam en zei: verschaf mij recht tegenover mijn tegenpartij en hij wilde een tijd lang niet. Daarna echter zei hij bij zichzelf: hoewel ik God niet vrees en geen mens ontzie, zal ik omdat deze weduwe mij lastigvalt, haar recht verschaffen opdat zij mij niet uiteindelijk in het gezicht komt slaan. De Heer nu zei: hoort wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God dan Zijn uitverkorenen geenszins recht verschaffen die dag en nacht tot Hem roepen en laat Hij hen lang wachten? Ik zeg u dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Als evenwel de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?" Tot zover lezen we uit de Heilige Schrift.
Ik kan mij voorstellen dat u dit net zo'n eigenaardige gelijkenis vindt als die we kortgeleden hadden waarin ook al het woord onrechtvaardig stond, de onrechtvaardige rentmeester. Waarvan je zou kunnen denken: wat zijn er nou toch voor overeenkomsten die de Heer trekt tussen ons en zo'n onrechtvaardig man? Je moet blijkbaar heel goed letten op de punten van overeenkomst en vooral niet letten op de verschillen. En hier is het nog een beetje moeilijker want hier gaat het over een onrechtvaardige rechter die niet met ons vergeleken wordt maar nota bene met God zelf. En stiekem in je hart denk je: had de Heer daar nou niet een beter voorbeeld voor kunnen gebruiken dan zo'n man, die nota bene zelf zegt dat hij God niet vreest. Dat is merkwaardig trouwens, hij kent God dus, hij is geen atheïst. Hij zegt niet: ik geloof niet in het bestaan van God. Hij zegt: ik vrees God niet. Dat is een enorm verschil. Hij weet van God, dat maakt het alleen nog maar erger. Hij vreest God niet en hij ontziet geen mens. Hij is blijkbaar alleen uit op zijn eigen belangen. Hij trekt zich van niemand wat aan. De enige reden waarom hij uiteindelijk toegeeft is omdat hij bang is dat die weduwe tenslotte een klap in zijn gezicht geeft. Dan denk ik, tjonge, moet nou zo iemand met God vergeleken worden? Misschien moet je een beetje begrijpen hoe dat in het Joodse denken gaat. Dit is een typisch, mag ik het met een duur woord zeggen, a fortiori argument. A fortiori betekent in het Nederlands des te sterker. Als A zo is dan geldt B des te meer. Dat is een redenering die je ook in de Bijbel wel tegenkomt maar ook in het Joodse denken heel gebruikelijk is. Als je vraagt bijvoorbeeld: waar lees ik dat nou in de Bijbel dat je een reinigingsbad moet nemen? Joden moeten een reinigingsbad nemen bij allerlei gelegenheden. Vrouwen elke maand als hun periode voorbij is. Waar staat dat nou in de Bijbel? Nou, dat staat dan nergens maar zo zeggen ze: het blijkt toch uit Exodus 20 of 19 als Israël daar bij de Sinaï is dan staat er dat ze hun kleren moeten wassen. Nou, als ze hun kleren moeten wassen om zich te kunnen reinigen en te kunnen voorbereiden op de ontmoeting met de Here God dan des te sterker geldt dat ze zichzelf moesten wassen. En dat is dan het bewijs. Ze moesten zichzelf wassen. Daar zijn alle Joden het ook niet mee eens, het is ook wel een beetje een gezocht argument maar het geeft een voorbeeld hoe dat werkt dat des te sterker. Waar het één zo is daar moet het andere des te eerder nog waar zijn. Je vindt bij Paulus ook wel voorbeelden daarvan maar ik laat dat verder maar zitten. U moet dat maar aannemen want hier is het eigenlijk heel duidelijk. De Here Jezus zegt als zo'n man, die eigenlijk om God noch gebod ook maar iets geeft. Je snapt niet dat zo'n man überhaupt rechter is geworden. Als zo'n man uiteindelijk toegeeft omdat deze weduwe zo aandringt, hoe zal het met God dan wel niet zijn? Dan geldt dat voor God, die van Zijn kinderen houdt, des te sterker. Dat is een beetje het type gelijkenis of vergelijking dat we hier aantreffen.
|
|
Lees meer...
|
|
(5b) Vragen bij de lezing gehouden op 5 februari 2010 over "De onrechtvaardige rechter" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Dank u voor uw vragen. De eerste is trouwens geen vraag maar een opmerking.
God zei tegen Mozes: "Ik verdelg het volk" maar deed dat niet. God had een belofte gedaan aan Abraham. Er staat verder geen vraag bij dus we zullen het maar als een onderstreping beschouwen van iets dat ik daarstraks zelf ook al gezegd heb. Je mag God houden aan Zijn belofte.
Hier is iemand die vraagt; ik heb wat moeite met het zinnetje: "Zal Hij hen lang laten wachten?" Dat staat aan het eind van vers 7. Het antwoord daarop zou in mijn beleving 'nee' suggereren.
Daar hebt u ook volkomen gelijk aan, dat zou u daar verwachten en ik denk ook dat je dat mag zeggen. Nu zegt u, lang, maar ja, wat is lang? Ik heb weleens heel lang moeten bidden. Er staat natuurlijk wel in vers 3 of 4 van die rechter 'hij wilde een tijd lang niet'. Een van de punten in die gelijkenis is natuurlijk wel dat het ook wel eens een tijdje kan duren. Dat is niet per se in tegenspraak met wat de Here Jezus zei. Het kan weleens een tijdje duren maar het is niet zo dat Hij je eindeloos laat wachten. En als het een tijd duurt dan is dat ook omdat daar een goede reden voor is, laten we dat nu aannemen. Het is niet altijd maar zo dat God onmiddellijk de dingen doet zoals wij dat willen. Daar is ook weer een tijd voor. Maar het is ook geen eindeloze tijd. Het is een beetje een spanningsveld. Oneindig laten wachten, nee, maar een tijd lang wel. Net als in de gelijkenis, dat kan gebeuren. Daar krijgen wij ook geen inzage in waarom God dat dan niet onmiddellijk doet, het moet natuurlijk wel passen in het grote geheel, wij sturen één gebed naar boven en misschien zijn er wel een heleboel gebeden die tegelijkertijd worden opgezonden die tegenstrijdig zijn. De toeristen bidden om zonneschijn en de boeren om regen. Nou, zoek het maar uit boven allemaal. Dat is weleens een keer heel lastig lijkt me en je kunt niet allebei tevreden stellen. Hoewel, ik heb wel een tip; 's nachts regen en overdag zonneschijn, hoe vindt U dat? Maar ja.
|
|
Lees meer...
|
|
(4) Lezing gehouden op 15 januari 2010 over "De rijke man en de arme Lazarus" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Wij gaan lezen uit Lukas 16: 19 – 31. Lukas 16, ik lees vanavond eens uit de Telosvertaling, voor de verandering. "Nu was er een rijk mens en hij ging gekleed in purper en fijn linnen en vierde elke dag schitterend feest. Nu lag er ook een arme, genaamd Lazarus, aan zijn voorpoort vol zweren, begerig zich te verzadigen met wat van de tafel van de rijke viel. Maar zelfs de honden kwamen zijn zweren likken. Het gebeurde nu dat de arme stierf en door de engelen werd gedragen in de schoot van Abraham. De rijke nu stierf ook en werd begraven. En toen hij in de Hades zijn ogen opsloeg terwijl hij in pijnen verkeerde, zag hij Abraham uit de verte en Lazarus in zijn schoot. En hij riep de woorden: Vader Abraham, erbarm u over mij en zend Lazarus om de top van zijn vinger in water te dopen en mijn tong te verkoelen want ik lijd smart in deze vlam. Abraham echter zei: kind, bedenk dat u het goede hebt ontvangen in uw leven en Lazarus evenzo het kwade. En nu wordt hij hier vertroost maar u lijdt smart. En bij dat alles is er tussen ons en u een grote kloof gevestigd zodat zij die van hier naar u willen overgaan niet kunnen en zij van daar niet naar ons kunnen overkomen. Hij echter zei: Ik bid u dan vader dat u hem zendt naar het huis van mijn vader want ik heb vijf broers opdat hij ernstig tot hen kan getuigen zodat ook zij niet komen in deze plaats van pijn. Abraham echter zei: zij hebben Mozes en de profeten, laten zij naar hen luisteren. Hij echter zei: Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toegaat dan zullen zij zich bekeren. Hij echter zei tot hem: Als zij naar Mozes en de profeten niet luisteren zullen zij, ook al stond iemand uit de doden op, zich niet laten overtuigen. Tot zover uit het Woord van God.
|
|
Lees meer...
|
|
(4b) Vragen bij de lezing gehouden op 15 januari 2010 over "De rijke man en de arme Lazarus" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Een mooie eerste vraag.
Hoe leren wij te rekenen met de wederkomst? Er wordt al zo lang gesproken over de eindtijd dat we niet meer alert zijn.
Rekenen moet je hoe dan ook niet doen. Ik heb al allerlei berekeningen gehoord, Pasen 2010, heeft een Canadese dominee uitgerekend, komt Christus terug, dus dan weet u dat vast. Anderen zeggen december 2011 of is het 2012, dat komt uit de Maya-tijdrekening. Het is leuk dat mensen die zulke dingen uitrekenen altijd op een getal uitkomen dat net iets verder weg ligt. Je komt maar zelden iemand tegen die zegt; Ik heb het uitgerekend en het is in het jaar 2748. Dat is niet interessant. Het is altijd net een stukje verder. Nee, dat moet je allemaal niet doen, we weten dag noch uur en dat laten we maar zo. "Er wordt wel veel over de eindtijd gesproken" dat is helemaal niet waar, dat is pas vanaf de 19e eeuw. Ik weet dat is voor uw geboorte al, maar op de hele kerkgeschiedenis is dat niet zo lang. En in de 19e eeuw zijn hele belangrijke omwentelingen geweest en wat is nu die twee eeuwen op het geheel van de kerkgeschiedenis? En ik geloof dat we meer redenen hebben om over de eindtijd te spreken dan wie dan ook tevoren. Dat is simpel, want we zijn nu dichter bij de wederkomst dan gisteren. Dat kan niemand ontkennen. Maar dat niet alleen, er zijn ook heel veel bijzondere redenen om over de eindtijd te spreken. Dat zou best een heel interessante avond kunnen worden. Ga naar mijn broer, die heeft daar een hele diaserie over en die weet het precies. Dus ga het aan hem vragen. Als je toch zegt; Ik heb liever twee Ouwenelen, dan, op 15 februari wordt er een boekje van deze Ouweneel aangeboden en dat heet "Komt er een grote opwekking?" Het antwoord luidt: "Nee, die is al begonnen." Hebt u hem? Maar dat boekje gaat over de eindtijd. Met alle kenmerken van onze tijd.
|
|
Lees meer...
|
|
(3) Lezing gehouden op 27 november 2009 over "De onrechtvaardige rentmeester" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Je zou bijna kunnen zeggen we gaan verder waar we gebleven zijn want de vorige keer eindigden we met het slot van hoofdstuk 15 en we gaan nu onmiddellijk verder in hoofdstuk 16 van het Lukasevangelie. Wij lezen Lukas 16 vanaf vers 1: "Jezus zei ook tot Zijn discipelen: Er was een rijk man die een rentmeester had. Van deze werd Hem aangebracht dat hij Zijn bezit verkwistte. En Hij liet hem roepen en zei tot hem: Wat hoor ik daar van u? Doe verantwoording van uw beheer want gij kunt niet langer rentmeester blijven. De rentmeester zei bij zichzelf: Wat moet ik doen want mijn heer ontneemt mij mijn rentmeesterschap. Spitten kan ik niet, voor bedelen schaam ik mij. Ik weet wat ik doen zal opdat zij mij wanneer ik uit mijn rentmeesterschap ontzet ben, in huis zullen nemen. En hij ontbood de schuldenaars van zijn heer één voor één bij zich en zei tot de eerste: Hoeveel zijt gij mijn heer schuldig? Hij zei: Honderd vaten olie. Hij zei tot hem: Hier hebt gij uw schuldbekentenis. Ga vlug zitten en schrijf vijftig. Daarna zei hij tot de tweede: En hoeveel zijt gij schuldig? Hij zei: Honderd zakken tarwe en hij zei tot hem: Hier hebt gij uw schuldbekentenis. Schrijf tachtig. En de heer prees de onrechtvaardige rentmeester dat hij met overleg gehandeld had. Want de kinderen van deze wereld gaan ten aanzien van hun geslacht met veel meer overleg te werk dan de kinderen des lichts. En Ik zeg u: Maakt u vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon opdat wanneer deze u ontvalt , men u opneme in de eeuwige tente. Wie in zeer weinig getrouw is, is ook in veel getrouw. En wie in zeer weinig onrechtvaardig is, is ook in veel onrechtvaardig. Indien gij dus niet trouw zijt geweest ten aanzien van de onrechtvaardige Mammon, wie zal u dan het ware goed toevertrouwen? En indien gij niet getrouw zijt geweest ten aanzien van het goed van een ander, wie zal u het onze geven? Geen slaaf kan twee heren dienen want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben of zich aan de ene hechten en de andere minachten. Gij kunt niet God dienen en Mammon. Dit alles hoorden de Farizeeën, die geldzuchtig waren en zij hoonden Hem. En Hij zei tot hen: Gij zijt het, die voor rechtvaardig wilt doorgaan voor de mensen, maar God kent uw harten. Want wat hoog is bij mensen, is een gruwel voor God." Tot zover lezen we uit het Woord van God.
|
|
Lees meer...
|
|
(3b) Vragen bij de lezing gehouden op 27 november 2009 over "De onrechtvaardige rentmeester" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
U hebt mij mooie vragen gegeven. Ik heb u hier en daar ook wel geprikkeld tot bepaalde vragen en sommige hebben ook een wat korzelige ondertoon, maar dat geeft allemaal niet. Hoe kijkt u tegen de leer aan dat wij delen in de zegen van Abraham? Dat gaat toch over aardse zegeningen? Nu, dit is al een hele mooie vraag.
Ik kijk tegen die leer zeer positief aan want die staat in de Bijbel. In Romeinen 4 daar wordt verteld dat Abraham tweeërlei nageslacht heeft, een, zo noem ik het nu maar, fysieke of biologisch nageslacht en een geestelijk nageslacht. Dat eerste dat zijn z'n fysieke nazaten en de tweede dat zijn de mensen die wandelen in hetzelfde geloof als Abraham. Je vindt datzelfde ook in Galaten 3 beschreven, wij zijn ook zonen van Abraham door het geloof. Dat gaat over aardse zegeningen, neen, hij heeft tweeërlei nageslacht, voor zijn aardse, biologische nageslacht zijn er ook geestelijke zegeningen, maar ook aardse zegeningen, een land en een volk en een messias. Een land, een volk en een koning die over dat volk in dat land zal regeren. Dat wordt straks vervuld in het messiaanse rijk en dat gaat over zeer aardse zegeningen. Het is merkwaardig hè, even zo tussendoor, dat zoveel mensen die teruggrijpen op zo'n oer oud-testamentisch principe als de aardse zegeningen, de tienden geven, dat die tegelijkertijd soms niets willen weten van het feit dat er voor Abrahams lichamelijke nageslacht nog een heel aardse toekomst is weggelegd vol geestelijke zegeningen, maar geestelijk is niet hetzelfde als hemels. Maar wat ons betreft, wij wonen niet met Israel straks in dat land, dan wordt het ook veel te druk trouwens, als we daar allemaal zouden gaan wonen. Abraham heeft ook nog een andere verwachting gehad, Abraham heeft een dubbele verwachting gehad, hij verwachtte de hemelse stad waarvan God de Ontwerper en Bouwmeester is. En dáár zien wij ook naar uit, het geestelijk nakomelingschap van Abraham ziet uit naar die geestelijke stad en het lichamelijk nageslacht van Abraham mag uitzien naar het aardse Jeruzalem, wat straks weer hersteld zal worden. Daar zit natuurlijk heel wat aan vast, maar ik hou het even voor de simpelheid hierbij. De zegen van Abraham gaat dus niet alleen maar over aardse zegeningen. Het gaat uiteindelijk over het koninkrijk Gods en dat heeft een aardse kant, waar Israel straks van zal mogen genieten en het heeft ook een zeer hemelse kant, wij zullen als het ware dat vrederijk van bovenaf meemaken, vanuit de hemelse stad.
|
|
Lees meer...
|
|
(2) Lezing gehouden op 23 oktober 2009 over "De verloren zoon" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Wij lezen uit Lukas 15 en ik doe dat uit de Telos-vertaling. Lukas 15 vanaf vers 11. 'Hij nu zei: iemand had twee zonen en de jongste van hen zei tot zijn vader: Vader, geef mij het deel van het bezit dat mij toekomt en hij verdeelde het vermogen onder hen. En na niet vele dagen pakte de jongste zoon alles bijeen en ging op reis naar een ver land en bracht daar zijn bezit door in een losbandig leven. Toen hij nu alles had verteerd kwam er een zware hongersnood in dat land en hij begon gebrek te lijden. En hij ging heen en vervoegde zich bij één van de burgers van dat land en die zond hem op zijn velden om varkens te weiden en hij begeerde zich te verzadigen met de peulenschillen die de varkens aten en niemand gaf ze hem. Toen kwam hij tot zichzelf en zei: Hoeveel dagloners van mijn vader hebben overvloed aan broden en ik verga hier van honger. Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tot hem zeggen: Vader ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u. Ik ben niet meer waard uw zoon te heten. Maak mij als één van uw dagloners. En hij stond op en ging naar zijn vader. Toen hij nu nog veraf was zag zijn vader hem en werd met ontferming bewogen. En hij liep snel op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem innig. De zoon nu zei tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u. Ik ben niet meer waard uw zoon te heten. De vader echter zei tot zijn slaven: Haal vlug het beste kleed tevoorschijn en trek het hem aan en doe een ring aan zijn hand en sandalen aan zijn voeten en haal het gemeste kalf, slacht het en laten wij eten en vrolijk zijn, want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden; hij was verloren en is gevonden. En zij begonnen vrolijk te zijn. Nu was zijn oudste zoon op het veld en toen hij terugkeerde en het huis naderde hoorde hij muziek en dans en hij riep één van de knechten bij zich en vroeg wat dat kon zijn. Deze nu zei tot hem: Uw broer is gekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond heeft teruggekregen. Hij echter werd toornig en wilde niet naar binnen gaan. Zijn vader nu ging naar buiten en spoorde hem aan. Hij antwoordde echter en zei tot zijn vader: Zie zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw gebod overtreden en mij hebt u nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden vrolijk te zijn. Nu echter die zoon van u gekomen is, die uw vermogen met hoeren heeft opgemaakt, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht. Hij echter zei tot hem: Kind, jij bent altijd bij mij en al het mijne is het jouwe. Wij nu moeten vrolijk en blij zijn want deze broer van jou was dood en is levend geworden en hij was verloren en is gevonden. Tot zover lezen we uit het Woord van God.
|
|
Lees meer...
|
|
(2b) Vragen bij de lezing gehouden op 23 oktober 2009 over "De verloren zoon" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Ik heb een mooie stapel vragen, ik dacht, dit is zo bekend, daar komen geen vragen over maar het valt toch weer mee, of tegen, net hoe je het bekijkt.
Is het soms zo, zegt de eerste vraag, dat al het goeds dat nu nog in het vaderhuis was, van de oudste zoon was? Er staat immers; "hij deelde hun het goed". Dus de oudste zoon had zo dat bokje kunnen pakken. Ja, de moeilijkheid is bij gelijkenissen om uit te leggen wat er wel staat en, wat veel moeilijker is, om uit te leggen wat er niet staat. Je moet zulke gelijkenissen natuurlijk niet teveel overvragen. Datgene wat verteld wordt dat heeft een geestelijke betekenis. Ik denk dat je haast wel kan zeggen bij bijna alles wat er verteld wordt, daar kun je vragen naar de toepassing, maar de toepassing te geven van wat er niet verteld wordt is natuurlijk lastig. Normaal zou je zeggen, zou dat goed pas verdeeld zijn als die vader gestorven was, en dan wordt het goed verdeeld onder die zonen en dat is hier helemaal niet aan de orde. En hoe dat in die tijd precies ging dat hoeft ons ook niet zo erg bezig te houden. Ik kan me voorstellen dat die vader gezegd heeft: "Luister, dit is de totale waarde, ik kan de helft ervan te gelde maken en ik kan je het geld meegeven. Je kunt ook gewoon hier blijven, dan brengt het meer geld op. Je kunt het geld maar een keer uitgeven." Ik denk dat die oudste zoon zijn deel inderdaad in die boerderij had zitten, die denkt, de jongste is vertrokken, en als vader er straks niet meer is dan mag ik die boerderij erven. Maar ook, was natuurlijk een hele brave, keurige jongen hadden we al vastgesteld, zolang vader nog leeft, is het zijn boerderij en zal ik dus voor alles mijn hand op moeten houden. Zoiets zou je je kunnen voorstellen. Maar nogmaals, laten we voorzichtig zijn om niet te speculeren over wat er niet staat. Ik herinner me bij de gelijkenis van de vijf wijze en vijf dwaze maagden, die gaan we toch niet behandelen, dus die kan ik wel noemen, dat ik me heel lang heb afgevraagd, wie is nu toch de bruid in die gelijkenis? Er is helemaal geen bruid. Er is een bruidegom en er zijn tien meisjes en later begreep ik, dat is een verkeerde vraag. Ik had er al hele ingenieuze oplossingen voor bedacht, maar dat is de verkeerde vraag. Want in de toepassing zijn die tien meisjes de christenen en de bruidegom is Christus. Als je dus gaat zeggen; ja, maar, ja, maar, dan kom je op rare dingen uit. Je moet nooit meer vertellen dan dat de gelijkenis vertelt. Je moet er dus niet zelf nog omheen gaan zitten fantaseren.
|
|
Lees meer...
|
|
(1) Lezing gehouden op 4 september 2009 over "De barmhartige Samaritaan" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Van mijn kant wens ik u alleen een heel gezegende avond en een gezegend nieuw seizoen met een heel uitdagend onderwerp. Misschien wel een onderwerp waarvan u dacht: nou ja, daar weet ik al alles van; de gelijkenissen, die zijn zo bekend. Nou, ik denk dat er hier en daar nog wel eens verrassingen voor u in zouden kunnen zitten. Juist de dingen die we zo goed menen te kennen blijken vaak veel verrassender dan we dachten. Nou, we beginnen vanavond al met een heel bijzondere, heel bekende, vele malen besproken; er is vast tienduizenden keren over gepreekt; vanavond de zoveelste keer.
We lezen uit Lukas 10. Ik ben ouderwets, ik lees uit de NBG-vertaling. Ik ben niet zó ouderwets dat ik uit de Statenvertaling lees; er zijn grenzen maar voor velen ben je ook al ouderwets als je uit de NBG-vertaling leest. We lezen uit Lukas 10 vanaf vers 25: "En zie, een wetgeleerde stond op om Hem te verzoeken en zei: Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? En Hij zei tot hem: wat staat in de wet geschreven, hoe leest gij? Hij antwoordde en zei: Gij zult de Here uw God liefhebben uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht en met geheel uw verstand en uw naaste als uzelf. En Hij zei tot hem: Gij hebt juist geantwoord; doe dat en gij zult leven. Maar hij wilde zich rechtvaardigen en zei tot Jezus: En wie is mijn naaste? Daarop antwoordde Jezus en zei: een zeker mens daalde af van Jeruzalem naar Jericho en viel in de handen van rovers die hem niet alleen uitschudden maar hem ook slagen gaven en weggingen terwijl ze hem halfdood lieten liggen. Bij geval daalde een priester af langs die weg en deze zag hem doch ging aan de overzijde voorbij. Evenzo ging ook een Leviet langs die plaats en hij zag hem en ging aan de overzijde voorbij. Doch een Samaritaan die op reis was kwam in zijn nabijheid en toe hij hem zag werd hij met ontferming bewogen. En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden, goot er olie en wijn op en hij zette hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem. En de volgende dag stelde hij de waard twee schellingen ter hand en zei: Verzorg hem en mocht gij meer kosten hebben dan zal ik ze u vergoeden op mijn terugreis. Wie van deze drie dunkt u dat de naaste geweest is van de man die in handen der rovers was gevallen? Hij zei: Die hem barmhartigheid bewezen heeft. En Jezus zei tot hem: Ga heen, doe gij evenzo." Tot zover lezen we uit het woord van God.
|
|
Lees meer...
|
|
(1b) Vragen bij de lezing gehouden op 4 september 2009 over "De barmhartige Samaritaan" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
De eerste vraag die ik hier heb, luidt: "In welke val wilden de schriftgeleerden Jezus laten lopen? Hoe dacht Hij dat dat zou gaan?" Ik heb daarstraks al even aangeduid, maar ik kan me voorstellen dat ik dat niet zo duidelijk heb gemaakt als u misschien wel had gewild. Ik probeerde het duidelijk te maken door te wijzen op Mattheus 5 vers 43 waar de Here Jezus een stukje Bijbel citeert, Oude Testament, met een heel belangrijke en volkomen foutieve aanvulling van de schriftgeleerden. En wee, als je gaat aanvullen bij de Bijbel of gaat afnemen van de Bijbel. Op de laatste bladzijde daar lezen we, dat gaat dan speciaal over het boek Openbaring: Wee u als u van de Schrift afdoet of als u eraan toe doet. Daar zie je hoe deze mensen in het algemeen dachten. Een van de grote conflicten tussen Jezus en de Joodse leiders, één daarvan, ik kan ze niet allemaal nu noemen maar één daarvan was deze; dat Hij van het begin af aan aanduidde dat het heil niet beperkt was tot de Joden en dat niet alleen, maar dat de heidenen op voet van gelijkheid konden binnenkomen. Een heel ander voorbeeld, Johannes 3, de wedergeboorte, daar zegt Hij tegen Nicodemus; Het feit dat jij bij het volk van God hoort betekent niet dat jij het heiligdom zomaar kan binnenkomen. Dat is niet genoeg. Je kunt wel tot het uitverkoren volk behoren maar je zal toch wedergeboren moeten worden. Je kan wel als kind in het verbond zijn opgenomen maar als je niet persoonlijk wederomgeboren wordt, dan helpt je dat allemaal niks. En dat is heel belangrijk. Het was ook voor de heidenen want die konden op dezelfde wijze binnenkomen. Via het geloof en wedergeboorte.
|
|
Lees meer...
|
|
(8) Lezing gehouden op 8 mei 2009 over "De zegen van de predestinatieleer" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Ik stel u voor te lezen uit de brief aan de Romeinen het achtste hoofdstuk. Ik bedacht me bij de voorbereiding: je zou eigenlijk een heel seizoen kunnen spreken uitsluitend over Romeinen 8. Stiekem zou ik over elk vers een avond willen spreken, maar ik wil het nu ook weer niet te bont maken. Maar 8 avonden moet gemakkelijk lukken. We hebben er nu drie gedaan, maar dan laten we heel wat liggen nog. Want als ik nu het laatste stuk van dat hoofdstuk voorlees, gaat het toch eigenlijk vooral om de predestinatie, de uitverkiezing, terwijl er nog zoveel meer in die verzen staat. Ik begin eigenlijk al te lezen bij vers 18 uit de Thelosvertaling, Romeinen 8:18:
Ik acht dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet waard is vergeleken te worden met de toekomstige heerlijkheid die aan ons geopenbaard gaat worden. Want de schepping verwacht reikhalzend de openbaring van de zonen van God. Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar omwille van Hem die haar onderworpen heeft in de hoop dat ook de schepping zelf zal worden vrijgemaakt van de slavernij van de vergankelijkheid tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen Gods.
|
|
Lees meer...
|
|
(8b) Vragen bij de lezing gehouden op 8 mei 2009 over "De zegen van de predestinatieleer" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Ik heb drie vragen die ik eventjes wat sneller afhandel. U haalde aan dat Saulus van zijn paard viel, maar ik haal dat niet uit Handelingen. Hij viel ter aarde maar waar haalt men toch steeds dat paard vandaan? Ik zal het u vertellen, dat komt uit de grote duim. Ik heb het voor u nagekeken, geen paard te bekennen. Ook ik ben ten slachtoffer gevallen aan de kinderbijbel. Wij stoppen onze kinderen vol met kinderbijbelverhalen, die hebben de rest van hun leven weer nodig om alles wat daarbij gefantaseerd is er weer uit te halen. Want je ontdekt tot je schrik dat er een heleboel dingen staan die helemaal niet in de Bijbel staan. Hebt u ook geloofd dat de rook van Abels altaar omhoog ging en dat van Kaïn niet? Hebt u dat ook geloofd? Staat helemaal niet in de Bijbel. Dat is toch triest. Geen paard te bekennen. Het was natuurlijk wel voor de hand liggend, zo'n heel eind naar Damascus, dat is een hele tippel, dus het is ook weer niet zo gek dat men het erbij gehaald heeft.
|
|
Lees meer...
|
|
(7) Lezing gehouden op 3 april 2009 over "Geleid door de Heilige Geest" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Wij gaan samen lezen uit Romeinen 8. Dat hebben we zojuist al gedaan en we lezen nu vanaf Romeinen 8:14 en ik lees weer uit de Thelosvertaling, omdat dat de minst slechte vertaling van Nederland is. Het blijft maar mensenwerk, vertalen.
Want allen die door de Geest van God geleid worden, die zijn zonen van God. Want u hebt niet ontvangen een geest van slavernij, maar een geest van zoonschap, waardoor wij roepen 'Abba, vader’. De Geest heeft Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. En zijn wij kinderen, dan ook erfgenamen. Erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus als wij inderdaad met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.
Ik lees er nog 1 of 2 verzen bij, vers 19: De schepping verwacht reikhalzend de openbaring van de zonen van God. In vers 21 horen we dat de schepping zelfs zal worden vrijgemaakt van de slavernij van de vergankelijkheid tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. En ten slotte in vers 23: en wijzelf die de eerstelingen geest hebben, ook wij zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap, de verlossing van ons lichaam. Tot zover de lezing uit het Woord van God.
Boven deze avond staat geschreven: geleid door de Heilige Geest. Maar die titels geef je altijd lang van tevoren op en later had ik bedacht dat ik het beter had kunnen noemen: kindschap en zoonschap. Ik wil vanavond met u nadenken over wat het betekent dat wij kinderen van God zijn en of wij zonen van God zijn. Hebt u een andere vertaling dan de NBG of de Thelosvertaling, dan hebt u een probleem. Of het nu de Statenvertaling is of de Groot Nieuwsbijbel of de Willibrord of de Nieuwe Bijbelvertaling, noem het maar op: ze vertalen allemaal twee keer hetzelfde. Al staat er in het Grieks kinderen en zonen, men doet net alsof dat hetzelfde is. De Statenvertaling heeft dat helaas ook gedaan. Ik heb ervoor gepleit om het in de Herziening te herzien, maar ik ben vergeten of ze het gaan doen, dus dat wachten we maar af. Ik heb er wel sterk voor gepleit. En onder ander met dit argument: als we nu niet precies weten wat het verschil is, kun je het aan de uitleggers overlaten of er verschil is of niet. Maar help in ieder geval de lezer om het verschil te zien een kind of een zoon van God te zijn. Voor de zusters in ons midden hoop ik dat u het niet erg vindt. Ik zal het woord dochter één keer gebruiken vanavond, maar meestal heb ik het over zonen. Maar wij, broeders, vinden het ook niet erg om tot de bruid van Christus te behoren, dus u hoeft het niet erg te vinden om zonen van God genoemd te worden.
|
|
Lees meer...
|
|
(7b) Vragen bij de lezing gehouden op 6 maart 2009 over "Vrijgemaakt van de zondewet" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Dank u voor de vele, vele vragen. Je kunt daar nooit een peil op trekken, je denkt: Nu dit was zo helder, overzichtelijk, dat zal wel geen vragen opleveren, maar kijk eens eventjes. De eerste vraag. Ze liggen in willekeurige volgorde want ik heb geen tijd gehad om ze allemaal aandachtig te bestuderen. Maar ik heb die eerste wel even bekeken en dan denk je: Hoe is het mogelijk dat ik zulke misverstanden teweeg kan brengen? Zou dat nu aan mij liggen of aan de vraagsteller? De vraag luidt als volgt: U zegt: Jezus is niet je Middelaar, ga rechtstreeks tot je Vader. Ik heb geleerd en geloof nog steeds dat Jezus mijn Middelaar is, in die zin dat Hij als filter werkt voor mij naar mijn Vader toe. Zodat Onze Vader mij kan zien zonder zonde. Dat mijn gebed tot mijn Vader bij Hem volmaakt binnen mag komen. Daarvoor is Jezus toch ook gestorven om mijn zonden weg te nemen zodat ik een intieme relatie met mijn Vader mag hebben?
|
|
Lees meer...
|
|
(6) Lezing gehouden op 6 maart 2009 over "Vrijgemaakt van de zondewet" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Wij gaan vanavond lezen uit Romeinen 8, dat doen we de volgende twee avonden ook. U weet het: het is niet de bedoeling van deze serie om vers voor vers de Romeinenbrief te behandelen. U kunt allemaal Bijbelstudies van mij daar vinden op het internet als u vers voor vers behandeling wil. Dat is niet de opzet. We hebben de zaak meer thematisch benaderd en voor een aantal avonden en voor dit lange hoofdstuk hebben we zelfs drie avonden gereserveerd. Eén van dé hoofdstukken over de Heilige Geest. En we lezen vanavond de eerste elf verzen van Romeinen 8 en ik doe dat uit de Thelosvertaling. Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn. Want de wet van de geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood. Want wat voor de wet onmogelijk was doordat zij door het vlees krachteloos was, God heeft doordat hij Zijn eigen Zoon in een gedaante gelijk aan het vlees van de zonde en voor de zonde heeft gezonden, de zonde in het vlees veroordeeld. Opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld wordt in ons die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Want zij die naar het vlees zijn bedenken de dingen van het vlees, maar zij die naar de Geest zijn de dingen van de Geest. Want wat het vlees bedenkt is de dood, maar wat de Geest bedenkt is leven en vrede. Omdat wat het vlees bedenkt vijandschap is tegen God, want het onderwerpt zich niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet. En zij die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen. Maar u bent niet in het vlees, maar in de Geest, als inderdaad Gods Geest in u woont. Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe. Maar als Christus in u is dan is het lichaam wel dood vanwege de zonde, maar de Geest is leven vanwege de gerechtigheid. En als de Geest van Hem die Jezus uit de doden heeft opgewekt in u woont, dan zal Hij die Christus uit de doden heeft opgewekt, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest die in u woont. |
|
Lees meer...
|
|
(6b) Vragen bij de lezing gehouden op 6 maart 2009 over "Vrijgemaakt van de zondewet" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
U hebt mij vanavond willen sparen, u dacht; die man ziet er zo moe uit ofzo, ik heb maar 4 vragen. Zou het dan toch vanavond een keer voor half elf ophouden? Paulus schrijft aan de Filipenzen: "Hetzelfde u te schrijven is mij niet verdrietig en u geeft het zekerheid." Dat is de tekst die bij me opkwam toen ik deze vraag las. Als echte christen, wedergeboren mens wil ik niet zondigen maar ik doe het wel. Ook Paulus zegt: "De dingen die ik wil doe ik niet en de dingen die ik niet wil die doe ik." En Paulus werd toch door de Heilige Geest geleid. Wilt u hierover nog iets zeggen? |
|
Lees meer...
|
|
(5) Lezing gehouden op 6 februari 2009 over "Ik ellendig mens" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Wij willen vanavond lezen uit de Romeinenbrief, hoofdstuk 7. Als de uitdrukking 'ik ellendig mens' u niet vreemd is, had u dat al vermoed. Romeinen 7, ik lees uit de Thelosvertaling, vanaf vers 14 tot en met hoofdstuk 8 vers 2. Paulus zegt: Wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. Want wat ik doe weet ik niet. Want niet wat ik wil bedrijf ik, maar wat ik haat, dat doe ik. Als ik niet doe wat ik wil, stem ik met de wet in dat zij goed is, maar dan ben ik het niet meer die het doe, maar de zonde die in mij woont. Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees geen goed woont, want het willen is bij mij aanwezig, maar het doen van het goede niet. Maar het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade dat ik niet wild, dat bedrijf ik. Als ik dat doe wat ik niet wil, dan doe ik het niet meer, maar de zonde die in mij woont. Ik vind dus deze wet voor mij, die het goede wil doen dat het kwade bij mij voor handen is. Want ik verlustig mij naar de wet van God naar de innerlijke mens. Maar ik zie in mijn leden een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn denken en mij tot gevangene maakt door de wet van de zonde die in mijn leden is. Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood? God zij echter dank door Jezus Christus, onze Heer. Dus ikzelf dien wel met het denken de wet van God, maar met het vlees de wet van de zonde. Zo is er dan geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn. Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrij gemaakt van de wet van de zonde en de dood. |
|
Lees meer...
|
|
(5b) Vragen bij de lezing gehouden op 6 februari 2009 over "Ik ellendig mens" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Fijn dat u er allemaal weer bent. Ik heb een stuk of zes, zeven vragen gekregen, dus dat is nog wel te overzien. De eerste is nogal makkelijk. Waarom mogen er geen vrouwen op de mannendag komen? A, omdat het dan geen mannendag meer is. B, omdat die mannen het heerlijk vinden een keer zonder hun vrouw uit te zijn. Als je ze ernstig toespreekt zit er tenminste niemand naast ze die zegt: "Zie je nou wel, dat zeg ik ook altijd". We zijn echt onder elkaar, we kunnen nou eens ronduit praten, dus dat is geweldig. Bovendien, je kunt hetzelfde vragen, waarom mogen er geen mannen op de vrouwendag komen? Het is hetzelfde. Nee, die mannen vinden het geweldig, heerlijk, ze hoeven eens een keer niet de tuin te doen, ze hoeven niet met de kinderen op te trekken, ze hoeven niet naar Albert Heijn en al die dingen meer. Ze zijn echt uit. Dat merk je, aan het zingen, er worden morgen degelijke Psalmen gezongen. Oude berijming, en Opwekkingsliederen en dat gaat allemaal even jubelend. Ik vind het verrukkelijk. Ik zal u nog wat vertellen. Af en toe word ik wel eens een beetje moe van die mannendagen want het gaat altijd over dezelfde elementaire dingen. Dat zeg ik nou eens heel eerlijk. Dus toen ze me belden vanuit de Veluwe, het is toch ver hier vandaan, de Veluwe, dus dat horen ze toch niet, toen zei ik: "Luister, ik zou zo graag eens een stapje verder willen komen. Kunnen we dat doen?" Ze zeiden: "Graag, wat dan?" Ik zeg; ik zou zo graag willen spreken over het leven uit de Geest. Geweldig, zeiden ze. Ja, ik zeg, dan is het wel belangrijk wie de tweede spreker is, Steve van Deventer. Kennen jullie Steve? Steve van Deventer. Maar ik zeg: ik wil nog iets, want ik wil niet dat jullie risico lopen. Binnenkort heb ik een avond over de Heilige Geest, kom maar luisteren, of jullie dit wel willen. Het hele team was er en ze zeiden: "Dit willen we". Ik vind het zo geweldig. We hebben zo'n heerlijke dag gehad de vorige keer. En Steve en ik, we zaten helemaal op een golflengte, want anders gaat het op die mannendagen ook altijd over 'ik, ellendig mens', over zonde en over genade. Nu is het heerlijk om over genade te spreken, maar het is zo elementair altijd. Zeker in dat soort regio's, in de Bible belt zal ik maar zeggen, dat is hier trouwens ook, die loopt van Arnemuiden naar Genemuiden, maar je wil zo graag eens verder komen. En ik vind het heel geweldig dat we deze gelegenheid hebben. Morgen! En er is geen rem. Het enige wat nog ontbreekt, dan doen we dan weer op de Heilige Geest conferentie, dat ze naar voren komen, dat we ze de handen mogen opleggen, maar je kunt niet alles in een keer. Ik vind dit al wel geweldig dat dit kan gebeuren. We hopen daar samen met elkaar verder te komen. Echt waar, het is heerlijk. Dus daarom mogen de vrouwen niet komen, die hebben vrouwendagen. |
|
Lees meer...
|
|
(4) Lezing gehouden op 9 januari 2009 over "Gedoopt tot Christus dood" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Er zijn vanavond iets minder mensen en dat komt door het water: of door het bevroren water, of door het doopwater. U dacht: wat die man over de doop gaat zeggen wil ik niet meemaken ... dat dacht u niet, dat dachten die anderen. Of ze dachten: het is zo lekker bij de warme kachel. U hebt het getrotseerd. Wij gaan iets lezen uit Romeinen 6. De titel voor vanavond is 'gedoopt tot Christus' dood'. En daar gaat het ook heel speciaal over. U vindt die uitdrukking in vers 4 en ik lees een paar verzen daaromheen. Ik lees uit de Thelosvertaling vanaf Romeinen 6:1. Wat zullen wij dan zeggen? Zouden wij in de zonde blijven opdat de genade toeneemt? Volstrekt niet. Hoe zouden wij, die ten opzichte van de zonde gestorven zijn nog daarin leven? Of weet u niet dat wij allen die tot Christus Jezus gedoopt zijn tot Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop tot de dood. Opdat zoals Christus uit de doden is opgewekt door de heerlijkheid van de Vader zo ook wij in nieuwheid van leven zouden wandelen. Want als wij met Hem één geworden zijn in de gelijkheid van Zijn dood, dan zullen wij het ook zijn in de gelijkheid van Zijn opstanding. Daar wij dit weten: dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou zijn, opdat wij niet meer de zonde dienen. Want wie gestorven is gerechtvaardigd van zonde. |
|
Lees meer...
|
|
(4b) Vragen bij de lezing gehouden op 9 januari 2009 over "Gedoopt tot Christus dood" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Vrienden u hebt me met net zoveel vragen bedeeld als er punten in mijn preek waren. Dus hoeveel waren dat er? Ja, een degelijke preek heeft natuurlijk ook drie punten, maar dit is dus dubbel degelijk. Mooie vragen trouwens. De eerste zegt: Ik weet dat u het al hebt uitgelegd maar is iemand geen christen als hij niet is gedoopt? Ik snap je punt, die is goed radicaal, maar toch is het een vraag. Dus eigenlijk snapt die persoon het wel en ook weer een beetje niet. |
|
Lees meer...
|
|
(3) Lezing gehouden op 14 november 2008 over "Hoe krijg (en houd) ik vrede met God" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
We lezen Romeinen 5. Dat doen we ook, maar voor het verband lezen we eerst de laatste verzen van hoofdstuk 4. We lezen dus in de Romeinenbrief en ik doe dat in de Thelosvertaling. We beginnen in vers 19. Daar gaat het over Abram: En niet zwak in het geloof lette hij niet op zijn eigen al afgestorven lichaam, daar hij ongeveer honderd jaar oud was en niet op het afgestorven zijn van de moeder van Sara. En hij twijfelde niet aan de belofte van God door het ongeloof, maar werd gesterkt in het geloof, terwijl hij God heerlijkheid gaf en ten volle verzekerd was dat wat Hij beloofd heeft Hij ook machtig is te doen. Daarom is het hem ook tot gerechtigheid gerekend. Het is echter niet alleen ter wille van hem geschreven dat het hem werd toegerekend, maar ook ter wille van ons, wie het zal worden toegerekend die geloven in Jezus onze Heer uit de doden heeft opgewekt, die overgegeven is om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging. Wij dan, gerechtvaardigd uit geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus door Wie wij ook de toegang hebben verkregen door het geloof tot deze genade waarin wij staan en wij roemen op de hoop in de heerlijkheid van God. En dat niet alleen, maar roemen ook in de verdrukkingen, daar wij weten dat de verdrukking volharding werkt en de volharding beproefdheid en de beproefdheid hoop. En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde van God in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest die ons gegeven is. Want toen wij nog krachteloos waren is Christus te rechten tijd voor goddelozen gestorven. Want ternauwernood zal iemand voor een rechtvaardige sterven. Immers, voor de goeden heeft misschien iemand nog wel de moed te sterven, maar God bevestigt Zijn liefde tot ons hierin, dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed door Hem behouden worden van de toorn. Want als wij toen wij vijanden waren met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, veel meer zullen wij nu wij verzoend zijn behouden worden door Zijn leven. En dat niet alleen, maar wij roemen ook in God door onze Here Jezus Christus, door Wie wij nu de verzoening ontvangen hebben. |
|
Lees meer...
|
|
(3b) Vragen bij de lezing gehouden op 14 november 2008 over "Hoe krijg (en houd) ik vrede met God" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Ik heb een hele stapel vragen. Ik zeg dat vaak en ik zeg het nu ook weer: Ik ben zo blij daarmee, eigenlijk moest dat gewoon verplicht worden, dat elke dominee aan het einde van de preek zegt: Zo gemeente, wat vinden jullie ervan? Wat heb ik onduidelijk gezegd, waar zijn jullie het niet mee eens? Wat moet ik nog nader uitleggen? Maar dat is hier dus gebruikelijk en dat geeft mij gelegenheid om misverstanden weg te nemen en ook bepaalde dingen nog nader te verduidelijken. Dat zijn de twee belangrijkste dingen. Eventueel gerezen misverstanden, waarvoor ik natuurlijk helemaal zelf de schuld draag, op te ruimen en sommige dingen nog nader te verduidelijken. |
|
Lees meer...
|
|
(2b) Vragen bij de lezing gehouden op 10 oktober 2008 over "Leven uit vergeving" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Het is altijd weer mooi om te zien het gelovige overblijfsel dat tot het bittere einde deze avond wil mee maken. Eigenlijk is dit vaak het mooiste gedeelte van nu uit bekeken want nu komt u zelf aan het woord. U hebt mooie vragen gesteld, u hebt veel vragen gesteld, u hebt goede en u hebt moeilijke vragen gesteld. Daar heb ik er al vier van, er is een vraag die is hierbij nu 5 keer gesteld. Dat is frappant hè, eigenlijk moesten jullie allemaal kunnen raden welke vraag dat is als hij zo heel veel leeft, na ja hij komt zo vanzelf. In de eerste plaats dit; nee dat zijn die vijf vragen, laten we maar meteen afhandelen die mensen zitten daar allemaal enorm mee. Ze zijn wel iets anders gesteld soms meer het komt allemaal op hetzelfde neer. |
|
Lees meer...
|
|
(2) Lezing gehouden op 10 oktober 2008 over "Leven uit vergeving" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Wij willen samen lezen uit de brief van Paulus aan de Romeinen, hoofdstuk 3. Ik lees ook uit de NBG-vertaling. Romeinen 3 vanaf vers 21. Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden – om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is. Waar blijft het roemen dan? Het is uitgesloten. Door welke wet? Der werken? Nee, maar door de wet van geloof. Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet. Of is God alleen de God der Joden? Niet ook der heidenen? Zeker, ook der heidenen. Indien er namelijk één God is, die de besnedenen rechtvaardigen zal uit het geloof en de onbesnedenen door het geloof. Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet. Ik lees er nog bij uit hoofdstuk 4 vers 7 en 8, wat een citaat is uit psalm 32. Zalig zij, wier ongerechtigheden vergeven en wier zonden bedekt zijn. Zalig de man, wiens zonde de Here geenszins zal toerekenen. |
|
Lees meer...
|
|
(1) Lezing gehouden op 12 september 2008 over "De kern van het evangelie" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
We zongen twee liederen met het woord hosanna erin. Ik denk dat velen van u dat opvatten zoals we ook halleluja zeggen zonder erbij na te denken wat dat eigenlijk betekent. Halleluja is geen lofprijzing, maar de oproep daartoe: Looft de Heer. Dan heb je het dus nog niet gedaan. En hosanna is al helemaal geen lofprijzing, maar een gebed. En het trof me zo –ik weet niet of het orkest dat zo opzettelijk heeft gedaan- dat het eigenlijk wel een mooie samenvatting is van de dingen die we in deze nieuwe avonden met elkaar willen overdenken. Hosanna betekent 'redt toch'. Of –zo staat het in de NBG in psalm 118, daar staat die uitdrukking letterlijk- 'geef toch heil, geef toch redding'. En de vraag wat is dat heil dan precies? Wat houdt dat precies in? Dat is één van de belangrijkste vragen, de hoofdvraag misschien wel van al deze avonden. En voordat ik daar verder over wil gaan spreken, wil ik eerst lezen uit Romeinen 1. We lezen maar enkele verzen: vers 14 t/m 17. Ik wist niet of ik naar Waddinxveen een NBG of een Statenvertaling moest meebrengen, dus ik heb maar een Thelosvertaling meegenomen. Qua nauwkeurigheid als de Statenvertaling, maar eigentijdser Nederlands. Romeinen 1:14, daar zegt Paulus: "Van Grieken en barbaren, van wijzen en onwetenden ben ik een schuldenaar. Zo ben ik dan wat mij betreft ook bereid om aan u, die in Rome bent het evangelie te verkondigen. Want ik schaam mij niet voor het evangelie, want het is Gods kracht ter behoudenis voor ieder die gelooft. Eerst voor de jood en ook voor de Griek. Want gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard op grond van geloof tot geloof zoals geschreven staat. Maar de rechtvaardige zal op grond van geloof leven." |
|
Lees meer...
|
|
(1b) Vragen bij de lezing gehouden op 12 september 2008 over "De kern van het evangelie" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Ik dank u dat ik een heleboel vragen van u hebt mogen krijgen, 1, 2, 3, 4, 5, vijf vragen, nou ja een heleboel ... u denkt ach dit is de eerste avond, we zullen hem even een beetje sparen. De eerste vraag: Je zult in de hemel zijn wat God van je heeft weten te maken hier op aarde, zegt u stellig. Ja, ik durf het zo stellig te zeggen want ik heb het van een hervormde broeder; Henk Binnendijk dus als het mis is dan moet u bij hem zijn, maar hij had het weer van een evangelische broeder Sidney Willson en die heeft het weer uit de bijbel. |
|
Lees meer...
|
|
(8b) Vragen bij de lezing gehouden op 16 mei 2008 over "De discipel en de Geest" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Wat is het toch goed dat er vragenbesprekingen zijn. Dat zou eigenlijk verplicht moeten worden na elke preek. Want er zijn altijd misverstanden die je kunt wekken, er zijn altijd aanvullingen die gegeven zouden kunnen worden, je kunt zelfs fouten verbeteren, ik heb gezegd dat het in Numeri 8 staat, dat laatste vers, dat Mozes rechtstreeks de stem van de Here God hoorde, en het is Numeri 7. Ik zat er dichtbij maar het was toch fout. Vers 89, het is een heel lang hoofdstuk, Numeri 7 vers 89 en u vindt het ook nog in Numeri 12 vers 8. Twee keer een heel bijzondere getuigenis, absoluut uniek in het oude testament. Zoals een man spreekt met zijn vriend. De andere is misschien Abraham, die driemaal in de bijbel de vriend van God genoemd wordt. Zelfs de moslims noemen hem Ibrahim, galil, Abraham, de vriend. Zo'n indruk heeft dat blijkbaar op Mohammed ook gemaakt. Hij was een vriend van God. En dan te bedenken dat Jezus tegen al zijn discipelen zegt: Ik heb jullie Mijn vrienden genoemd. Dat heeft te maken met discipelschap in de zin van vertrouweling. |
|
Lees meer...
|
|
(8) Lezing gehouden op 16 mei 2008 over "De discipel en de Geest" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Ik wil graag met u enkele gedeelten lezen uit het Nieuwe Testament, allereerst uit Johannes 16. Ik lees uit de NBG-vertaling Johannes 16:12. Daar zegt de Here Jezus tegen zijn discipelen: "Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen. Doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid. Maar Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij spreekt en de toekomst zal Hij u verkondigen." Dan gaan we naar Lukas 4. De Here Jezus is gedoopt door Johannes de Doper. Dan lezen wij – daartussenin staat nog het geslachtsregister – dan staat er in Lukas 4:1: "Jezus nu, vol van de Heilige Geest, keerde terug van de Jordaan en werd door de Heilige Geest geleid in de woestijn, waar Hij veertig dagen verzocht werd door de duivel." Vers 14: "En Jezus keerde in de kracht des Geestes terug naar Galilea en de roep over hem ging uit over de hele streek en Hij leerde in de synagogen en Hij werd door allen geprezen." Dan uit de tweede brief van Timotheüs. Ik laat u zo verschillende kleine stukjes meelezen uit het Nieuwe Testament. 2 Timotheüs 1:7: "God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid ..." Anderen zeggen 'een geest van vreesachtigheid'. "... maar van kracht, liefde en bezonnenheid." 1 Petrus 4:12: "Geliefden, laat de vuurgloed die tot beproeving dient u niet bevreemden alsof u iets vreemds overkwam. Integendeel: verblijdt u naarmate u deel hebt aan het lijden van Christus, opdat gij u ook met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring van Zijn heerlijkheid. Indien gij door de Naam van Christus smaad lijdt, bent gij zalig, daar de Geest der heerlijkheid en de Geest Gods op u rust." En dan ten slotte nog twee plaatsen uit het boek Handelingen. Handelingen 8. De samenhang tussen al die verschillende schriftgedeelten zal u hopelijk vanzelf duidelijk worden. De geschiedenis van de kamerling uit het Morenland. We lezen uit Handelingen 8:28: "Hij was op de terugweg en las in zijn wagen gezeten de profeet Jesaja. En de Geest zei tot Filippus: "Treed toe en voeg u bij deze wagen." En Filippus liep snel erheen en hoorde hem de profeet Jesaja lezen." En dan nog uit hoofdstuk 10, Handelingen 10:19. Petrus zit daar op het dak, heeft zojuist het visioen gehad en dan staat daar: "Terwijl Petrus nog steeds over het gezicht nadacht, zei de Geest: "Zie, twee mannen zoeken naar u. Sta dan op, ga naar beneden en reis zonder bezwaar te maken met hen mee, want Ik heb hen gezonden." Tot zover de lezing uit het Woord van God. |
|
Lees meer...
|
|
(7b) Vragen bij de lezing gehouden op 11 april 2008 over "De prijs van het discipelschap" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
1) Een prijs kan ook iets moois zijn. Dus een last, een opgave of wat is het mooie van het discipelschap? Ja, als u dat nu vraagt, heb ik het gevoel dat ik weer overnieuw moet beginnen. Een discipel is; een leerling zijn. Wat is het mooie van leerling zijn? De Meester. Het mooie van het leerling zijn, meet je af aan degene van wie je een leerling bent. En hoe groter, hoe heerlijker die persoon is, des te geweldiger is het om van hem te leren. En des te makkelijker is het om de prijs te betalen. En in die zin zult u het wel bedoelen, dat je een prijs ook als mooi kunt ervaren. Als iets dat je met vreugde voor de Meester overhebt. En dat begrijpen we natuurlijk. De prijs zelf is altijd iets wat je moet betalen. Betalen is niet leuk, op zichzelf, we houden het liever vast. Maar als het een prijs is waar geweldig veel tegenover staat dan kan ik me voorstellen dat u zegt: de prijs zelf is mooi om te betalen. |
|
Lees meer...
|
|
(7) Lezing gehouden op 11 april 2008 over "De prijs van het discipelschap" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Ik stel voor dat we de Heer danken en prijzen. Heer wat is het goed om U te mogen kennen, U die grote wonderbare Heer. Zo rijk aan liefde en genade, altijd weer opnieuw. Here Jezus als we eenmaal U hebben gezien en hebben leren kennen, als we eenmaal U hebben liefgekregen dan is het niet meer zo moeilijk om die prijs te betalen waar we het vanavond over willen hebben. Heer help ons om onze harten daarop af te stemmen en niet alleen maar op te letten wat we moeten betalen, wat de kosten zijn maar vooral te zien op wat u wilt schenken. U bent zo oneindig veel groter en de prijs die U betaald heeft is zo veeleindig veel groter dan alles wat wij aan prijs moeten betalen. Richt ons hart daarop, verheerlijk U naam in ons midden op deze avond. Amen. Ik nodig u uit om met mij naar Lukas 14 te gaan. Dat is wel HET hoofdstuk over de prijs van het discipelschap. Lukas 14 vanaf vers 25. Vele scharen reisden met Hem mede, en Zich omkerende zeide Hij tot hen: Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn. Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan mijn discipel niet zijn. Want wie van u, die een toren wil bouwen, zet zich niet eerst neder om de kosten te berekenen, of hij het werk zal kunnen volbrengen? Anders zouden, als hij de fundering gemaakt had, en het werk niet kon voltooien, allen, die het zagen, beginnen hem te bespotten, zeggende: Die man begon te bouwen, maar hij kon het niet voltooien. Of, welke koning, die tegen een andere koning wil optrekken om met hem tot een treffen te komen, zet zich niet eerst neder om te beraadslagen, of hij in staat is met tienduizend man iemand te ontmoeten, die met twintigduizend tegen hem optrekt? En zo niet, dan zendt hij, als de ander nog veraf is, een gezantschap en vraagt om de vredesvoorwaarden. Zo zal dus niemand van u, die niet afstand doet van al wat hij heeft, mijn discipel kunnen zijn. |
|
Lees meer...
|
|
(6b) Vragen bij de lezing gehouden op 14 maart 2008 over "De liefde tot de Meester" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Dank u voor de mooie vragen die ik weer heb gekregen. Dit is van een dappere jongeman: Mijn opa zegt dat 153 in het Hebreeuws Ichtus betekent, klopt dat? Het klopt bijna. In de eerste plaats is Ichtus geen Hebreeuws maar Grieks. En het betekent 'vis' en er waren precies 153 vissen. En in de getalswaarde kom je dat getal tegen. Er zitten heel veel bijzondere betekenissen aan dat getal waar we niet over uit willen weiden. Eén daarvan is dat ik op de 153e dag van het jaar geboren ben maar dat heeft verder met het onderwerp niks te maken. Maar het is wel waar. Dus je kunt je opa, ik hoop dat je het goed kunt overdragen aan je opa, beste jongeman, hij zit er dichtbij. De Here Jezus heeft het in Mattheüs over geen jota en tittel van de wet afhalen. Over welke wet heeft Hij het dan? U vindt dat in de bergrede in Mattheüs 5. Daar zegt de Here Jezus tamelijk aan het begin: meent niet dat Ik ben gekomen, dat is vers 17 om de wet of de profeten op te heffen. Ik ben niet gekomen om op te heffen maar om te vervullen. Want voorwaar Ik zeg u totdat de hemel en de aarde voorbijgaan zal niet één jota of tittel van de wet voorbijgaan totdat alles is gebeurd. Een jota is het kleinste lettertje, een tittel is een heel klein leestekentje. Niets van de wet gaat teloor. Dat is wel boeiend want heel veel mensen zeggen: ja maar, een groot deel is wel voor ons afgeschaft. De ceremoniële wetten, de offerwetten, maar we gaan maar geen moeilijke vragen nou zitten behandelen. Dit is het kernwoord in deze verzen: Ik ben niet gekomen om op te heffen maar om te vervullen. Dat betekent niet alleen maar dat Hij die wet gehoorzaamd heeft, het betekent dat Hij de volheid van die wet is. De wet van Mozes en de wet van Christus zoals we die in het Nieuwe Testament vinden, 'k heb het daar de vorige keer ook over gehad, ze gaan terug op één en dezelfde wet. En die wet is belichaamd in de Persoon van Jezus. Hij zegt in Psalm 40 in de Statenvertaling: Uw wet is in het midden mijns ingewands. Die wet is in Zijn binnenste. Hij is die wet, Hij leeft die wet. Voor de natuurlijke mens is de wet een juk dat wij noch onze vaderen konden dragen, zegt Petrus in Handelingen 15. Jezus leefde die wet van binnenuit en in die zin wijst Hij ons de weg. Daarom heb ik de vorige keer gezegd: als u de tien geboden hoort voorlezen doe het dan alsjeblieft in de vertaling van de wet van Christus. Gij zult niet doden dat is: je moet je naaste zo liefhebben dat je bereid bent je leven voor 'm te geven. Gij zult niet stelen betekent: je moet je naaste zo liefhebben dat je het niet kunt verdragen dat ie in gebrek zou zijn. Je deelt wat je hebt met hem. Gij zult geen overspel plegen wordt dan: gij zult uw vrouw zo liefhebben dat gij bereid zijt uw leven voor haar te geven. En dan zie je dat al die geboden varianten zijn van de ene grote liefdewet. Liefde is de essentie van de wet. Liefde is daarmee ook de essentie van het christenleven. |
|
Lees meer...
|
|
(6) Lezing gehouden op 14 maart 2008 over "De liefde tot de Meester" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Wij willen lezen naar het evangelie van Johannes, om te beginnen in het hoofdstuk 13. Johannes 13 vers 1: Voor het feest van het pascha nu, heeft Jezus die wist dat zijn uur was gekomen dat Hij uit deze wereld over zou gaan naar de Vader en die de Zijne die in de wereld waren had liefgehad, hen liefgehad tot het einde. En tijdens de maaltijd toen de duivel Judas Iskariot de zoon van Simon al in het hart gegeven had Hem over te leveren, stond Hij, terwijl Hij wist dat de Vader hem alles in de handen had gegeven, en dat Hij van God was uitgegaan en tot God heen ging, van de maaltijd op en legde zijn kleren af en nam een linnen doek en omgorde zich. Daarna gooide Hij water in het bekken en begon de voeten van de discipelen te wassen en af te drogen met de linnen doek waarmee Hij omgord was. Hij kwam dan tot Simon Petrus, deze zei tot Hem: Heer wast U mijn voeten? Jezus antwoordde en zei tot hem; wat ik doe weet je nu niet maar je zult het hierna begrijpen. Petrus zei tot Hem; U zult mijn voeten geenszins wassen tot in eeuwigheid. Jezus antwoordde hem; als Ik je niet was heb je geen deel met Mij! Simon Petrus zei tot Hem, heer niet alleen mijn voeten maar ook mijn handen en mijn hoofd. Jezus zei tegen hem; wie gebaat is heeft alleen nodig zich de voeten te wassen maar is geheel rein. En u bent rein, maar niet allen. Hoofdstuk 13, het laatste gedeelte van het hoofdstuk, vers 36 Simon Petrus zei tot Jezus; Heer waar gaat U heen? Jezus antwoordde hem, waar Ik heen ga kun je Me nu niet volgen maar je zult Mij later volgen. Petrus zei tot Hem; Heer waarom kan ik U nu niet volgen? Mijn leven zal ik voor u afleggen. Jezus antwoordde: zul jij je leven voor mij afleggen? Voorwaar voorwaar ik zeg je, de haan zal geenszins kraaien voordat je mij driemaal verloochend zult hebben. |
|
Lees meer...
|
|
(5b) Vragen bij de lezing gehouden op 15 februari 2008 over "Navolging van Christus" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Ik heb een heleboel mooie vragen van u gehad, moeilijke vragen. Het zat er natuurlijk ook in, hè. Ik heb het ook een paar keer gezegd: dit levert vragen op, ik weet het, ik weet het. Vergeef me maar als ik de dingen zo zeg dat ik u daarmee verdriet doe of pijn doe omdat het anders is dan wat u gewend bent. Ik kan slechts u de raad geven: doe als de Bereërs. Weet u nog wat ze deden? Die dagelijks de Schriften onderzochten of deze dingen alzo waren. Ze zeiden, ja die Paulus, dat kan hij nou wel zeggen maar dat willen we dan nog wel eens nakijken in de Schriften. Nou als ze dat bij Paulus al deden dan moet u dat bij mij zéker doen. U mag nooit iets zeggen, ja maar dat is zo want Ouweneel heeft het gezegd. Dat zou ik héél erg vinden. 1) Ik heb iemand in verwarring gebracht met de uitdrukking: vleselijke christenen. Wat zijn dat? Kan dat eigenlijk wel vleselijk en christen? Belijden zij Jezus Christus als Heiland én Heer? |
|
Lees meer...
|
|
(5) Lezing gehouden op 15 februari 2008 over "Navolging van Christus" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Ik stel u voor allereerst uit Johannes 13 te lezen en dan uit 1 Petrus 2. Uit Johannes 13 daar zegt de Heere Jezus in vers 13; begrijpt u wat Ik nu heb gedaan. U noemt mij Meester en Heer en u zegt het terecht, want Ik ben het. Als dan Ik de Heer en de Meester u voeten heb gewassen, dan behoort ook u elkaars voeten te wassen want Ik heb u een voorbeeld gegeven. Opdat ook u doet zoals Ik u heb gedaan Uit 1 Petrus 2 vers 21; want hiertoe bent u geroepen omdat ook Christus voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten heet. Opdat u Zijn stappen navolgt Hij die geen zonde heeft gedaan en geen bedrog werd in zijn mond gevonden Die als hij gescholden werd, niet terug schold, als hij leed, niet dreigde, maar zich overgaf aan Hem die rechtvaardig oordeeld. Die zelf onze zonde in zijn lichaam heeft gedragen op het hout, opdat wij voor de zonde afgestorven, voor de gerechtigheid leven Door Zijn striemen bent u gezond geworden. En dan nog uit fillipensen 2 Er is zoveel wat wij zouden kunnen lezen en ik zal ook menig schriftwoord citeren, het is wat dat betreft een beetje willekeurig maar die eerste 2 die ik las zijn alleen al belangrijk vanwege dat woord VOORBEELD. Fillipensen 2 vers 5: Laat die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was Die in de gestalte van God zijnde hetgeen rooft geacht heeft God gelijk te zijn maar zich zelf ontledigd heeft. De gestalte van een slaaf aannemend, de mensen gelijk wordend en uiterlijk als een mens bevonden heeft hij zichzelf vernedert. Gehoorzaamd wordend tot de dood, ja tot de kruisdood. Tot zover voorlopig uit het woord van God. |
|
Lees meer...
|
|
(4b) Vragen bij de lezing gehouden op 11 januari 2008 over "De gaven van de Heilige Geest" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Dank u voor die grote stapel vragen. Als u vindt dat uw vraag te kort behandeld wordt denk dan eraan dat er nog twintig komen dus ik kan niet zolang bij elke vraag stilstaan. Ik vraag bij voorbaat verschoning. 1) Zou je kunnen stellen dat als je de gaven niet ervaart of kent dat je dan de Heilige Geest niet hebt? |
|
Lees meer...
|
|
(4) Lezing gehouden op 11 januari 2008 over "De gaven van de Heilige Geest" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Mede door dat lied dat we net zongen kreeg ik het in m'n hart om niet alleen uit 1 Kor. 12 maar ook uit Efeze 4 te lezen. Laten we allereerst dat bekende gedeelte lezen uit 1 Kor. 12 dat handelt over de gave van de geest. Ik lees uit de Telosvertaling uit de eerste brief van de Korintiërs het twaalfde hoofdstuk het vierde vers: Nu is er verscheidenheid van genadegave maar het is dezelfde Geest, en er is verscheidenheid van bedieningen, het is dezelfde Heer en er is verscheidenheid van werkingen maar het is dezelfde God die alles in allen werkt, maar aan ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is. Want aan de een woord door de Geest gegeven een woord van wijsheid en aan de volgende een woord van kennis volgens dezelfde Geest. Aan een ander geloof door dezelfde Geest en aan een volgende genadegave van genezing door die ene Geest en aan een volgende werkingen van krachten en aan een volgende profetie en aan volgende onderscheidingen van geesten en aan andere allerlei talen en aan een volgende uitlegging van talen, maar al deze dingen werkt een en dezelfde Geest die aan ieder afzonderlijk toedeelt zoals Hij wil. |
|
Lees meer...
|
|
(3b) Vragen bij de lezing gehouden op 30 november 2007 over "De vrucht van de Heilige Geest" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Tjonge, ik vind het wel geweldig als het allemaal wat laat wordt dat u dan toch allemaal weer massaal ook voor de vragenbespreking terugkomt. Ik heb ze nauwelijks kunnen ordenen maar het is ook niet zo erg in welke volgorde ze eruit komen. 1) De eerste vraag luidt: de passage over het 'ik ellendig mens' zou in een hoofdstuk staan waar de Geest niet wordt genoemd. |
|
Lees meer...
|
|
(3) Lezing gehouden op 30 november 2007 over "De vrucht van de Heilige Geest" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Goedenavond broeders en zusters, lieve mensen. Vanavond het onderwerp de vrucht van de Heilige Geest en iemand met een beetje schriftkennis weet dan dat wij Galaten 5 vers 22 gaan lezen en dat doen wij nu. Uit de nbg vertaling lees ik Galaten 5 vers 22. Maar dat is alleen maar inleiding, ik hoop nog vele andere schriftplaatsen te noemen, want het is onze bedoeling in deze avonden het woord van God te laten spreken, u mag dat opschrijven, u mag ook later luisteren naar de geluidsopname als u dat op uw gemakje nog eens allemaal wilt bekijken en nalezen. Dan bent u als de Bireers die dagelijks de schriften onderzochten om te zien of deze dingen die Paulus verkondigden ook also waren. Galaten 5 vers 22: De vrucht van de Geest is liefde blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Alleen dit ene vers dient ons tot inleiding van vanavond. De vrucht van de Geest In de komende avond ergens volgend jaar gaan we het hebben over de gave van de Geest en dit is daarbij de noodzakelijke introductie, in 1 Kor 12 zien wij dat er een 9 voudige gave van de Geest is. |
|
Lees meer...
|
|
(2b) Vragen bij de lezing gehouden op 19 oktober 2007 over "Doop en vervulling met de Heilige Geest" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
En ik moet u eerlijk zeggen, we hebben maar weinig tijd en ik heb de vragen die niets met het onderwerp te maken hebben, daarom opzij moeten leggen. Wat is dat nou toch verdrietig. Er is een vraag over de Drie-eenheid, maar wat een voorrecht, volgende maand D.V. komt mijn boek uit: 'De Christus van God'. Dat is een heel hoofdstuk over de Drie-eenheid. Dat is makkelijk als je kunt doorverwijzen. 1) Hoe bereik ik mijn broer, hij wil helemaal niets weten van het geloof? Geef hem mijn boek: 'De God die ís', speciaal voor atheïsten geschreven maar eigenlijk is uw probleem niet zozeer dat hij atheïst is maar dat hij alcoholist is. U kunt voor uw broer soms niet veel meer doen dan intensief te bidden, te geloven in een God die harten van mensen kan veranderen. 2) In uw statement: met een ingebeelde hel naar de hemel kunnen gaan lijkt u geloof en Heilige Geest los te koppelen. Geloof in Christus heeft toch in zich dat deze Christus omhelst én al Zijn weldaden. Is er dan nog een geloof dat geen vaste grond is van de dingen die men hoopt? |
|
Lees meer...
|
|
(2) Lezing gehouden op 19 oktober 2007 over "Doop en vervulling met de Heilige Geest" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Ik zou graag met u de bijbel willen openen en enkele plaatsen willen lezen uit het Nieuwe Testament, om te beginnen uit Matteüs 3. Ik lees uit de NBG-vertaling: ik ben van een vroegere generatie. En sommigen zijn van een nóg vroegere generatie, die mogen in hun eigen vertaling meelezen. Het blijven maar vertalingen mensen. Matteüs 3 . Daar zegt Johannes de Doper in vers 11: Ik doop u met water tot bekering, maar Hij, die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben niet waardig Hem zijn schoenen na te dragen; die zal u dopen met de heilige Geest en met vuur. Uit Johannes 7:38 en 39. Die zijn de vorige keer ook al ter sprake gekomen, deze verzen. Het zijn belangrijke verzen. Het is hier het loofhuttenfeest. De laatste, de grote dag van het feest, daar stond Jezus – in vers 37 is dat in Johannes 7 – daar stond Jezus en riep, zeggende: indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was. Dan lezen we nog een keer uit 1 Kor 12, die stonden ook op mijn lijstje en voor de opname lees ik ze nog eens voor. 1 Kor 12:13 Eerlijk gezegd vond ik dat de NBV het mooier had dan hier staat, maar we lezen het maar zoals het hier staat: want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt. En tenslotte uit de brief aan de Efeziërs. Ook dat kwam al eerder ter sprake. Efeze 5:18. En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest, en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Here van harte, dankt te allen tijde in de naam van onze Here Jezus Christus God, de Vader, voor alles. Tot zover de lezing uit het Woord van God. |
|
Lees meer...
|
|
(1b) Vragen bij de lezing gehouden op 21 september 2007 over "Zalving en verzegeling met de Heilige Geest" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Ik heb van u met zoveel mensen eigenlijk maar weinig vragen gekregen. Ik vat dat maar zo op: dat u het allemaal wel duidelijk vond. Als er weinig vragen zijn was het óf heel duidelijk óf het was totaal onduidelijk, want dan is er ook niks te vragen. (1) Het eerste is trouwens meer een opmerking: een dubbel deel van de Geest van de Here God en morgen weer een dubbel leven? Ja dat is eigenlijk geen vraag, dat is meer een opmerking. En ik weet ook niet wat de vraagsteller daarmee bedoelt. Een dubbel leven is een negatieve uitdrukking. Een dubbel leven dat betekent dat je in de kerk of gemeente dit gezicht trekt en dat je in je gewone leven een ander gezicht opzet. Dat je je temidden van Gods volk zus gedraagt en je temidden van je collega’s zo gedraagt. |
|
Lees meer...
|
|
(1) Lezing gehouden op 21 september 2007 over "Zalving en verzegeling met de Heilige Geest" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen |
|
|
|
Goedenavond, ik stel u voor dat we enkele plaatsen gaan lezen uit het Nieuwe Testament. Allereerst uit het boek handelingen hoofdstuk 10. Een vers midden uit de toespraak van Petrus in het huis van Cornelius. Handelingen 10:38. Waar hij spreekt over Jezus van Nazareth toen "God hem de Heilige Geest en met kracht heeft gezalfd. Hij is rondgegaan weldoende en genezende allen die door de duivel overweldigd waren. Want God was met hem." Dan uit de 2e brief van Paulus aan de Korintiërs het eerste hoofdstuk. 2 Korinthe 1:21,22; "Hij nu, die ons met u bevestigt in de Gezalfde en ons heeft gezalfd, is God,die ook zijn zegel op ons gedrukt en de Geest tot onderpand in onze harten gegeven heeft." Uit de brief aan de Efeziërs. Eerste hoofdstuk vers 13 in het midden Efeze 1:13 "In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werd, ook verzegeld met de heilige Geest der belofte, die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid." Tenslotte uit 1 Joh 2. 1 Johannes 2:20,27 "Gij echter hebt een zalving van de Heilige en gij weet dat allen." en dan vers 27 ""En wat u betreft, de zalving, die gij van Hem ontvangen hebt, blijft op u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar, gelijk zijn zalving u leert over alle dingen, en waarachtig is en geen leugen, blijft in Hem, gelijk zij u geleerd heeft." Tot zover uit het Woord van God. |
|
Lees meer...
|
|
|